De website van Civis Mundi is vernieuwd. Werkt de nieuwe site voor u niet goed? Bezoek dan de oude site via oud.civismundi.nl en stuur ons een email: webmaster@civismundi.nl.

Boekbespreking van Nora Stroink: Portret van een bevlogen kunstenares door Christina Dorjee. Uitgeverij Boek-scout, Soest

Civis Mundi Digitaal #44

door Piet Ransijn

De voorkant wordt gesierd door Druivenpluk in de Provence, 1954

 

De uitgebreide biografie van de schilderes Nora Stroink (1897-1978) werd in Civis Mundi nr 26 besproken. De bespreking vormde de aanleiding tot de pas verschenen verkorte editie. Deze bevat een zorgvuldige selectie van de mooiste portretten en landschappen en deskundig commentaar van kunstrecensenten bij de vele exposities tijdens haar leven. De schrijfster schildert in een vlot leesbare verteltrant een interessant portret van haar pleegmoeder met vele sfeervolle anecdotes. Het mooie van deze biografie is de combinatie van prachtige schilderijen en een levendig geschreven levensverhaal.

Door de Nederlanders en buitenlanders die Nora Stroink portretteerde, brengt zij de Europese geest tot leven in al zijn gevarieerde nationale en lokale identiteiten, die zeker zo gevarieerd zijn als de landschappen die zij kleurrijk en weelderig weergaf. Zo verlevendigt zij  met haar kunst spontaan wat politiek maar moeizaam gaat. Dit artikel geeft een beknopte schets van het rijke reizende leven van deze veelzijdige schilderes die landsgrenzen voorbijgaat.

 

Dramatische wending

Nora blijkt veelzijdig begaafd. Ze wordt eerst violiste in Het Nederlands Kamerorkest, maar kiest daarna voor de schilderkunst. Ondanks haar blijmoedige karakter en harmonische jeugd met twee zusjes, krijgt haar leven een tragische wending, waarin haar haast alles wordt afgenomen. Behalve haar talenten en haar liefde voor haar medemensen. Eerst vertelt  haar arts dat het onverantwoord is om kinderen te krijgen, omdat ze te fragiel zou zijn. Haar man pleegt overspel en gaat scheiden, maar sterft vlak na de oorlog daags voor de scheiding aan difterie.

 

Haventje van Goedereede, 1953. Eén van haar weinige Nederlandse schilderijen afgezien van portretten

 

In 1947 wordt Nora volkomen onverwacht bij een bezoek aan vrienden bedreigd door een levensgevaarlijke psychopathische vrouw die haar gastheer net heeft gedood. Nora blijft rustig als de psychopaat haar wil vermoorden, waardoor deze kalmeert. De vrouw, Nora en haar vriendin worden door de politie meegenomen naar een psychiatrische inrichting. Daar blijken gezonde mensen te worden vastgehouden om duistere redenen. Zijn het politieke gevangenen, die in de oorlog zijn opgepakt?

 

Hofvijver bij het Binnenhof in Den Haag, gouache,1939. Welke geheimen herbergen deze regeringsgebouwen?

 

Als zij aan de leiding meldt dat er gezonde mensen zijn opgenomen, wordt ook zij gevangen gehouden en naar een andere inrichting gedeporteerd. Op doorreis komt ze terecht op de Willem Arntsz Hoeve. Daar treft zij tot haar geluk de integere directeur dr. Engelhard, haar reddende engel. Hij weet wat er aan de hand is en neemt haar in bescherming. De Haagse inrichting lijkt op een psychiatrische inrichting in de voormalige Sovjet Unie. De archieven van dit ’vuilnisvaatje van de regering’ mogen nog steeds niet worden geopend.

 

  

Portret van de geneesheer-directeur dr Engelhard,1957.Nora met patiënt; Lezende vrouw; Man bij kacheltje op Thonetstoel, 1952

 

Tot het gevaar geweken is, blijft zij jarenlang op de Hoeve werken als muziektherapeute in samenwerking met dr. Engelhard, die oog heeft voor haar therapeutische en kunstzinnige kwaliteiten. Zonder een spoor van rancune wijdt zij zich aan ’haar’ patiënten, voor wie ze veel hart heeft. Ze maakt bijvoorbeeld een praatje met een man die niet meer leek te kunnen praten en krijgt een goede relatie met hem. Ze stelt een arts gerust die aura’s ziet. Ze leidt zangkoor ’De Merels’, ze tekent en schildert.

 

 

Het huis van Nora in de Vossenlaan, Bosch en Duin, gemeente Zeist

 

Schilderreizen naar het koele Noorwegen en het zonnige Frankrijk

Na deze dramatische wending, waarbij ze alles achter zich laat, komt haar schilderscarrièrre

op gang vanaf 1951. Ze is dan 54 jaar, een gerijpte en gelouterde vrouw met opmerkelijke communicatieve en artistieke talenten. Ze blijft in Bosch en Duin wonen, maar maakt veel schilderreizen, die de rode draad in de biografie vormen.

 

Noors landschap, 1952

 

Haar eerste reis gaat naar Scandinavië. Haar Noorse landschappen trekken de aandacht van recensenten door “de suggestieve verbeelding van de bergen en het water dat besneeuwde toppen en wolkenluchten weerkaatst [en...] de grootse troosteloze eenzaamheid van het landschap, waarin bergen, zee en hemel als het ware tot een machtige eenheid samenvloeien.”

Daarna gaat ze vanaf 1953 naar de Ardèche, waar ook van Gogh schilderde. Haar werk geeft het zonovergoten landschap levendig, warm en kleurrijk weer.

 

 

Huis in de bergen, Ardèche, 1953 en een foto van Nora

 

Vergelijking met Van Gogh

Anders dan van Gogh kenmerkt haar kunst zich door een dynamisch evenwicht die weldadig aandoet en harmonie uitstraalt. Er zit geen spanning in, wel expressie. Haar werk doet ook impressionistisch aan, maar heeft duidelijk een eigen kleurrijke stijl en neigt qua architectuur naar kubisme, en landschappelijk naar expressionisme, zoals de expressieve bomen van Van Gogh. “Haar penseelstreek is hevig en bewogen als bij hem, maar van een andere structuur.”

 

 

Murat in de vroege morgen, Auvergne, 1954

 

Haar landschappen zijn rustiger dan bij Van Gogh, meer introvert en harmonisch en soms haast idyllisch zoals Druivenpluk dat de cover siert. Ze weet bij de weergave van de sfeer van het landschap “met weinig middelen veel te bereiken”, zoals in Murat de sfeer van de vroege morgen, als de dauw opklaart.

 

Eeuwenoude olijven, Mallorca, 1956

 

Mallorca en Corsica

Na een reis door Italië gaat ze naar Mallorca in 1956. Haar werk wordt nog warmer van kleur en gevoel met ’bewegende bomen’ en met huisjes die kleurrijk afsteken in het landschap en ermee samenvloeien.

 

Mallorca 1956. Harmonie en symmetrie, rust, ruimte en diepte, Veel doeken hebben een soort diagonale compositie met een lijn van rechtsboven naar linksonder en van hoog naar laag.

 

In 1957 belandt ze op Corsica. Dit ’eiland van schoonheid’ - ’île de beauté’ - wordt negen jaar haar zomerverblijf. Ze genoot er erg van. Dat blijkt uit haar vele gevarieerde landschappen en sprekende portretten. Ze kijken je vriendelijk en indringend aan, alsof ze zo uit het doek kunnen stappen, of in de lijst zijn gestapt, zoals een recensent schreef bij een portret.

 

  

Monsieur Pierre, 1954 ’De Zuid-Franse boer met zijn zongestoofd gezicht en slimme oogjes kijkt ons zo levensecht aan, dat hij regelrecht uit zijn akker in de lijst lijkt gestapt.’ Daarnaast Pater prof dr Jan van der Ploeg, rector magnificus Univ. Nijmegen, 1958 en een jonggestorven jongentje, 1976.  

 

Vooral in Nederland schildert ze veel portretten. Ze wil “niet alleen natuur, architectuur, pittoreske typen vastleggen, maar ook de ziel van het land en volk ontdekken”. Ze schildert ook zeegezichten, baaien en haventjes. Land, lucht en zee raken elkaar en gaan in elkaar over in een alomvattende harmonie, die ons ook treft in de doeken van het meer van Galilea en de berg Tabor bij haar laatste reis naar Israël (1966).

 

 

Haventje Algajola, Corsica, 1962. De man gaat haast verborgen in het doek. Stille feer in de baai, Corsica, 1962

Dieptewerking in panoramisch vergezicht  Het licht glanst aan alle kanten en weerspiegelt in het azuren water

 

Rijke levensavond

Op haar ’rijke levensavond’ schildert Nora vooral portretten. Ze raakt bevriend met de leider van het spirituele werk van Gurdjeff in Nederland. Later geeft ze de voorkeur aan Transcendente Meditatie. In haar kunst vereeuwigt zij niet alleen het tijdelijke maar ook iets eeuwigs in de mensen, zoals bij de glimlach van de Mona Lisa of de portretten van Rembrandt. De vergelijking lijkt niet te ver gezocht als de portretten je aankijken, alsof ze iets te zeggen hebben dat niet in woorden is te vangen. Nora schildert de schoonheid in mensen, bomen en in de hele natuur in een rijk gevarieerd oeuvre, dat door deze biografie de aandacht krijgt die het verdient.

 

Luukje, een van haar laatste portretten kijkt ons aan, daarnaast een Beschermengel

 

Voor een bespreking van de oorspronkelijke omvangrijke biografie en Nora’s visie op kunst, zie nr 26.

Het hier besproken boek bevat 52 afbeeldingen in kleur en daarnaast vele zwart-wit illustraties.

 

Bijlage: Nora’s laatste reis naar Israel

 

Tot slot volgt een excerpt uit het boek om er een indruk van te geven

“Er lopen hier prachige types rond die wij in ons land niet kennen, zoals Arabieren, jemenieten, Bedouïnen, Druzen en Kopten. Ze spreken Arabisch. Ik heb er vele geschilderd. Met de kinderen kom je heel gemakkelijk in contact. Je gaat maar ergens zitten om een landschap te aquarelleren en ze komen van alle kanten nieuwsgierig aanlopen. Ze zijnallerliefst en mooi methun donkere ogen en zwart haar.”

 

 

Meer van Galilea, links en rechts, 1966. Het meer geeft de stille sfeer van de ziel weer

 

Tiberias aan het meer van Galilea

“Van Tiberias reisde ik naar Nazareth. Direct was ik door zwermen kinderenomringd. Ze werden zo opgewonden dat het wel op een ‘happening van grut’ ging lijken. Ze drukten het poserende kind en mij bijna plat. Ze wilden meewerken en streken met hun vingertjes over  de tekening en rukten die tenslotte uit mijn handen om thuis te laten zien. Ze kwamen er altijd mee terug. Tot slot wilden ze allemaal getekend worden en krijsten en vochten om me heen, zodat ik de ‘lieverdjes’ niet meer op straat teken of schilder, maar in hun ouderlijk huis. Ik schilder er vele.”

In het dorp Moghar maakt Nora een portret van een sjeik van de Druzen. Dat is een minderheid ontstaan als een van de vele mystieke stromingen in de middeleeuwse sjiitische islam Sommigen menen dat zij geen moslims zijn.

“De sjeik was erg gelukkig met het portret:.. Een ernstige kop met lange witte baard en witte tulband. Ik schilderde er ook nog een Druzenmeisje met groene ogen... Naar hartelust heb ik schattige kinderen kunnen schilderen en tekenen.”

 

 

 Op bezoek bij een Arabische sjeik

“Mijn tweede Sjeik die ik schilderde was er een van de Mohammedanen... De sjeik woonde in Jaffo. Dat zou de geboorteplaats zijn geweest van de apostelen Johannes en Jacobus. Het dorp met zijn nauwe kronkelende straatjes en dikgemuurde kleine vierkante huizen met platte daken zal in tweeduizend jaar niet veel veranderd zijn.”

 

Hieronder: Druzenmeisje met groenen ogen, Rachel, meisje uit Nazareth, beide 1966

 

 

Een diepe liefde                               2016 05 28

Na lezing van biografieën van Nora Stroink en Jan de Boer. zie Civis Mundi nr 27 en 37

Gedragen door een diepe liefde binnenin

maakte zij in het buitenland een nieuw begin

Ergens in een ruig verstilde wildernis

oversteeg en heelde zij een diep gemis

 

Wat hem het dierbaarst was in haar bestaan

was onontkoombaar van haar weggegaan

Geweken in een onbegrijpelijke nood

opeens verdwenen door de dood

 

Welke mensen zijn je dan nog lief

in een desolaat en donker perspectief?

Een allesverterend diepgevoeld gemis

dat in geen woorden te beschrijven is

 

Als je zo de meest geliefden kwijt raakt

van je leven weer iets nieuws maakt

dan moet je wel gezegend zijn

met onvernietigbaar bewustzijn*

 

Een onuitsprekelijke liefde binnenin

maakt steeds een nieuw begin

Al hetgeen verdriet deed en haar griefde

wordt gelouterd door een diepe liefde

 

*”Wijze mensen treuren niet om de levenden noch om de doden... Er was geen tijd waarin jij en ik niet bestonden... Noch zal er ooit een tijd komen, waarin het bestaan van ons allen zal ophouden... Wat werkelijk is houdt niet op te bestaan...

Onvernietigaar is dat waarvan alles is doordrongen... Mensen zien het als een wonder, maar begrijpen het niet... Wees gelijkmoedig in vreugde en pijn... gevestigd in jezelf...

Degene wiens wensen als wateren de altijd volle en onbewogen zee ingaan, bereikt vrede.” Bhagavad Gita, II-11, 12, 1, 17, 29, 38, 45, 70 naar de vertaling van Maharishi Mahesh Yogi

 

Paysage de Corbara, Corsica, 1962