Nederlandse bevolking steeds verscheidener naar herkomst

Civis Mundi Digitaal #60

De afgelopen decennia is de verscheidenheid naar herkomst onder de Nederlandse bevolking sterk toegenomen, en de komende decennia zal deze nog verder stijgen. Waar voorheen grote groepen migranten uit een klein aantal landen naar Nederland kwamen, komen er tegenwoordig kleine groepen uit een groot aantal landen. De toenemende verscheidenheid leidt tot nieuwe  maatschappelijke uitdagingen, bijvoorbeeld op het gebied van sociale cohesie. In buurten met veel verscheidenheid oordelen bewoners minder positief over de verhoudingen in hun buurt en voelen zij zich minder thuis. Dat geldt ook voor personen met een migratieachtergrond [Onder mensen met een migratieachtergrond wordt in deze verkenning verstaan: mensen van wie één of beide ouders zijn geboren in het buitenland].

Dat blijkt uit  de WRR verkenning De nieuwe verscheidenheid. Toenemende diversiteit naar herkomst in Nederland. Deze verkenninganalyseert de veranderingen in de samenstelling van de Nederlandse bevolking en laat zien hoe verscheidenheid naar herkomst verschillend uitwerkt tussen en binnen Nederlandse gemeenten.

 

De belangrijkste bevindingen zijn:

  • Het aantal inwoners van Nederland met een migratieachtergrond is gestegen van 9,2 procent in 1972 tot 22,1 procent in 2016. Iets minder dan de helft van deze groep heeft een Europese/Angelsaksische achtergrond, iets meer dan de helft een niet- Europese/Angelsaksische achtergrond.
  • Waar er voorheen grote groepen migranten uit een klein aantal landen naar Nederland kwamen, komen er tegenwoordig kleine groepen uit een groot aantal landen. Er komen nauwelijks meer nieuwe migranten uit Turkije, Marokko, Suriname of de Antillen naar Nederland. Tegenwoordig staan andere groepen in de immigratie-top 15 van Nederland, zoals Polen, Syriërs, personen uit de voormalige Sovjet-Unie, Bulgaren, Chinezen, Indiërs en Duitsers. In 2017 woonden in Nederland migranten die afkomstig zijn uit 223 verschillende herkomstlanden.
  • Tussen gemeenten bestaan grote verschillen. In homogene gemeenten, zoals Urk, zijn er vrijwel geen inwoners met een migratieachtergrond, in agrarische gemeenten, zoals Westland, zijn er veel inwoners met een Poolse of Bulgaarse achtergrond. Expatgemeenten, zoals Amstelveen en Voorschoten, hebben inwoners uit alle delen van de wereld. In meerderheid-minderheden steden, zoals Amsterdam, Rotterdam en Den Haag, heeft de meerderheid van de inwoners een migratieachtergrond en is het aantal verschillende herkomstlanden zeer groot.
  • In buurten en gemeenten met veel verscheidenheid naar herkomst oordelen inwoners minder positief over de verhoudingen in de buurt en voelen zij zich onveiliger. Ook is de kans op het plegen van een delict groter in meer diverse gemeenten. Boven een bepaald niveau aan verscheidenheid treedt dit verband echter niet meer op. Er bestaat geen verschil in deze kans tussen zeer diverse gemeenten als Rotterdam of Den Haag en gematigd diverse gemeenten als Gorinchem of Helmond.
  • Voor Nederland als geheel vinden we op regionaal niveau geen verband tussen toenemende verscheidenheid naar herkomst en economische groei. Voor de regio’s in Noord- en Zuid-Holland en Utrecht vinden we een negatief verband tussen toenemende verscheidenheid en economische groei. De sociale cohesie van buurten en de economische groei van regio’s hangt overigens samen met heel veel factoren, waarvan verscheidenheid naar herkomst er slechts één is. Over de exacte verbanden tussen al deze factoren bestaat in de wetenschap nog veel onduidelijkheid.

 

                                                              

 

Verscheidenheid als realiteit

De grote verscheidenheid naar herkomst heeft een structureel karakter. Ook als er vanaf vandaag geen enkele immigrant meer bij zou komen, blijft de verscheidenheid naar herkomst onder de bevolking de komende decennia nog toenemen, vanwege verschillen in geboorte- en sterftecijfers. Beleid dat blijft uitgaan van de klassieke migrantengroepen zal minder effectief zijn, omdat dit steeds minder aansluit op die veranderende werkelijkheid. Belangrijke richtingen voor beleid zijn:

  • Gemeenten moeten beter zicht krijgen op de verscheidenheid naar herkomst binnen de eigen gemeente, bijvoorbeeld door zelf lokaal gegevens hierover te verzamelen.
  • Publieke en private instellingen zullen hun diensten, voorzieningen, kennis- en personeelsbeleid moeten instellen op een permanente, steeds wisselende culturele veelvormigheid onder bewoners, leerlingen, patiënten, klanten en werknemers.
  • Alle burgers in ons land, met en zonder migratieachtergrond, moeten kunnen rekenen op een eerlijke, niet-discriminerende behandeling.
  • Elke nieuwkomer, ook EU-arbeidsmigranten en kennismigranten, moet worden gefaciliteerd om zo snel en zo soepel mogelijk deel te nemen aan de samenleving. Dit vraagt om een doordacht wegwijsbeleid onder regie van de gemeenten.
  • Verbindingen tussen buurtbewoners moeten worden bevorderd. Verbindingsbeleid hoeft niet de ambitie te hebben om hechte banden tussen mensen te smeden, het is voldoende dat burgers  op een pragmatische manier met grotere verscheidenheid kunnen omgaan.
  • Het blijft belangrijk om de sociaaleconomische positie van bewoners te verbeteren om de sociale cohesie te versterken in kwetsbare buurten met veel verscheidenheid.

Tegelijkertijd met deze empirische verkenning publiceert de WRR ook de stedenverkenning ‘De wereld in een stad: migratiediversiteit en stedelijk beleid in Europa’. Deze verkenning met bijdragen van externe auteurs behandelt voorbeelden van de omgang met de toegenomen verscheidenheid  in een groot aantal Europese steden. De hoofdstukken zijn gebaseerd op internationale onderzoeksprojecten die door Nederlandse onderzoekers zijn geleid. Het blijkt dat de verschillen tussen de onderzochte steden groot zijn en dat beleidsmakers steeds vaker voor een generieke benadering kiezen voor de gehele stedelijke samenleving en niet voor specifiek beleid voor bepaalde migrantengroepen.