Religieus bewustzijn: duurzaam, maar wel historisch bepaald

Civis Mundi Digitaal #65

door Wim Couwenberg

Het zo omstreden en irritant overkomende ietsisme is in mijn ogen een interessant en opmerkelijk fenomeen, dat wel degelijk serieuze aandacht verdient. Voor atheïsten is het ongetwijfeld irritant. Want het weerspreekt op een voor hen onbegrijpelijke wijze hun stellige verwachting dat het einde van de religie als infantiel restverschijnsel van premoderne culturen in onze moderne geseculariseerde en rationele cultuur redelijker wijze te verwachten valt. Het duidt erop dat het religieuze bewustzijn niet slechts een cultuurgebonden en dus voorbijgaand verschijnsel is zoals deze atheïsten geneigd zijn te veronderstellen, maar naar het zich laat aanzien een constante in de evolutie van de mensheid. Daarin ontvouwt zich namelijk niet alleen een ethisch en een rechtsbewustzijn, een elementair besef van goed en kwaad en van recht en onrecht, maar ook zo iets als een religieus bewustzijn, d.w.z. het besef dat er meer is dan we met onze zintuigen kunnen waarnemen en dat in die onzichtbare wereld de ultieme zin en betekenis van ons bestaan gelegen is.

In de loop van het beschavingsproces uit dat religieuze bewustzijn zich in een grote varieteit van geloofsovertuigingen. Aanvankelijk hebben die evenals het ethisch en het rechtsbewustzijn een tribaal, dus groepsgebonden karakter gehad. Maar daaruit ontwikkelen zich in een bepaalde religieuze ontwikkelingsfase meer universele godsdiensten. Zo komt uit de tribale godsdienst van het jodendom het christendom voort als een religie met een universeel godsbeeld en een universele orientatie en een aantal eeuwen later ook de islam. Bij alle verschillen hebben deze drie monotheistische religies een sterk leerstellig karakter met elkaar gemeen evenals een godsbeeld dat een projectie is van het heersende monarchale politieke denken. God is in die optiek de oppermonarch, de koning der eeuwen, zoals hij in christelijke liturgie wordt toegezongen.

Dat alles nu raakt steeds meer omstreden met de opkomst en ontwikkeling van de moderniteit, dus van onze moderne cultuur. Vooral sinds de Verlichting en de liberale revoluties van de 18e eeuw verliezen de traditionele leerstellige uitingsvormen van dat religieuze bewustzijn, althans in Europa, geleidelijk aan hun geloofwaardigheid, eerst onder een kleine culturele bovenlaag en in de loop van de 20e eeuw ook in bredere lagen van de bevolking. Dat traditionele religieuze geloof raakt zoals de socioloog Max Weber dat eens treffend verwoord heeft onttoverd, ontdaan van zijn magie, zijn sacramentele toverkracht, zijn alomvattende zingeving van ons bestaan en van al wat is, kortom zijn vanzelfsprekendheid.

Ik heb die ingrijpende transformatie zelf nog aan den lijve ervaren, opgegroeid als ik nog ben in een middeleeuws aandoend leefklimaat. Het sacrale en profane waren daarin nauw met elkaar verweven. Het universum leerde ik zien als een hiërarchische ordening met daarboven een op zichzelf staand Opperwezen dat oorzaak en einddoel is van al het geschapene en bron van alle aardse macht en gezag.

Sinds de jaren zestig heb ik mij van die religieuze, i.c. rooms-katholieke orthodoxie geleidelijk aan losgemaakt. Maar ik ben niet ongelovig geworden, maar vrijzinnig in religieuze zin. Op die manier is door velen sinds de 19e eeuw eveneens gereageerd op de moderniteit als volstrekt nieuw beschavingstype dat een ware omwenteling teweeg brengt in de menselijke bestaanswijze. In die religieuze vrijzinnigheid blijft het religieuze bewustzijn voortleven. Maar er voltrekt zich wel een ingrijpende aanpassing daarvan aan de ontwikkeling van dit nieuwe beschavingstype vanwege de nieuwe wetenschappelijke inzichten en politieke vrijheden die daarvan het gevolg zijn. Die aanpassing leidt ook tot een veel abstracter en afstandelijker idee van God met het ietsisme als extreme expressie daarvan.

 

Secularisatie als nieuwe fase in het zin zoekende religieuze bewustzijn

We leven niet alleen in een wetenschappelijk universum dat zich volstrekt onverschillig verhoudt tot ons menselijk bestaan en waarin alles te reduceren valt tot impulsen, reacties en toevallige mutaties. We leven als mensen ook in een wereld van gevoelens, verlangens en onontloopbare vragen, vragen naar de zin en betekenis van het menselijk bestaan in het algemeen en van ons eigen bestaan in het bijzonder. Welnu, tegenover die levensvragen staat de wetenschappelijke wereldbeschouwing praktisch met lege handen. Aanhangers daarvan proberen zich van die vragen vaak af te maken door de behoefte aan zingeving irrelevant te verklaren, ja die behoefte zelfs als een uiting van psychische onvolwassenheid te problematiseren, al is er nu in de sociale psychologie een richting die die levensvragen wel serieus wil nemen en wil proberen langs experimentele weg daarop een antwoord te vinden. Ik ben benieuwd wat dat oplevert.

                Het secularisatieproces zie ik als een nieuwe fase in de ontwikkeling van het zinzoekende religieuze bewustzijn met enerzijds snel groeiende ontkerkelijking, maar anderzijds ook nieuwe uitingen van religieuze bewustwording als antwoord op het nihilismeprobleem van onze moderne cultuur. Dat confronteert geseculariseerde mensen nl. met de volstrekte toevalligheid en zinloosheid van hun bestaan. Uit die confrontatie ontwikkelt zich een nieuw type religiositeit. Zich losmakend van alles wat zweemt naar traditioneel religieus dogmatisme legt het sterk de nadruk op persoonlijke ervaring en verantwoordelijkheid en is het als zodanig een nieuwe expressie van vrijzinnige religiositeit. Zoals gezegd wordt dat sinds kort denigrerend aangeduid als ietsisme. In mijn zienswijze is het veeleer een eigentijdse uiting van religieus verlangen, van de hoop dat er in godsnaam meer is dan het platte en kille wereldbeeld van de wetenschappelijke wereldbeschouwing. Want als er niet meer is dan dat, dan is een levenshouding naar de bekende slogans: pluk de dag, leve de lol en na ons de zondvloed de meest rationele.

                Atheïsten die zo schamper en denigrerend doen over ietsisme als religieuze uiting hebben grote moeite te beseffen dat religie een veel breder bereik heeft dan de traditionele religieuze orthodoxie en zich uitstrekt tot het elementaire besef dat de wereld ondanks alle wetenschappelijke verlichting in raadsels gehuld blijft. Achter de verschijnselen gaat in dat besef een mysterieuze werkelijkheid schuil die verwijst naar iets dat buiten en boven de zichtbare werkelijkheid uitgaat. Maar door de onttovering van de wereld in en door het moderniseringsproces is dat besef bij velen verduisterd geraakt en is ons bestaan versmald tot een prozaïsche en louter contingente werkelijkheid.

                Na het theologische en metafysische ontwikkelingsstadium bereikt de menselijke geest volgens de Franse filosoof August Comte in het project van de moderniteit het rationele stadium van het universele positivisme. Daarin gaat het niet langer om de vraag naar het waarom der dingen zoals in die vorige stadia, maar alleen nog om de vraag hoe de wereld in elkaar zit en functioneert. Maar de vraag naar het waarom blijft niettemin ook moderne mensen achtervolgen. Het ietsisme is daarvan, hoe onbeholpen vaak ook geformuleerd, een nieuw elementaire expressie. Waarom is er iets, waarom is er niet niets? Dat is de metafysische vraag die ten grondslag ligt aan de filosofie van de bekende Duitse filosoof Heidegger. Ietsisten worstelen op hun manier ook met die meest elementaire vraag. Zij gaan er in hun bestaanservaring van uit dat er Iets is, ja moet zijn, dat verklaart waarom er niet niets is. Met de grondlegger van de moderne geschiedfilosofie G. Vico ben ik geneigd dat Iets nader te formuleren als een transcendente kracht, energie of wil die mensen met gebruikmaking van hun deugden en ondeugden voert naar een bestemming die zij tijdens hun kortstondige reis door de tijd niet kunnen onderkennen.