Franse volkswoede een gevaar voor het parlementaire systeem

Civis Mundi Digitaal #72

door Jan de Boer

Veel commentaren over de spontane volkswoede met de ’gilets jaunes’ (= de gele hesjes) met hun blokkades op de Franse wegen laten weten dat daarachter een actie van extreem-rechts schuilt. Ik deel die mening absoluut niet. Natuurlijk heeft extreem-rechts zich begeven tussen de manifestanten, niet alleen de aanhangers van de ’Rassemblement National’ (= het vroegere Front National) maar ook duistere splintergroeperingen van extreem-rechts als ’Action Française’ en ’Génération identaire’. Maar zij hebben niets geïnitieerd, zijn gewoon op de rijdende trein van de spontane volkswoede gesprongen. In enkele situaties waar extreem-rechts zich manifesteerde, werd deze onmiddellijk door de organisatoren veroordeeld en bij mijn weten en zien heeft de mobilisatie van de ’gilets jaunes’ nooit een identiteits- karakter laten zien. Er was en is geen sprake van polarisatie met betrekking tot immigratie. Integendeel, bij veel blokkades was sprake - ik zag dat ook met eigen ogen - van een grote diversiteit.: blank, bruin, zwart.

 

De ruim 300.000 manifestanten die door 75 procent van de Franse bevolking gesteund worden, houden wel in grote getale een buitengewoon hard anti-systeem betoog. Met name omdat de prijsverhoging van de brandstof slechts één van de aspecten van het probleem is en zonder twijfel ook niet het belangrijkste aspect. Voeg je daarbij in het algemeen de belastingwetgeving; het probleem van de koopkracht en de enorme onzekerheid van deze manifestanten wat betreft hun werkgelegenheid, de toekomst van hun kinderen en de panne van de mogelijkheid om verder op de sociale ladder te stijgen, dan heb je alle ingrediënten voor het ter discussie stellen van de legitimiteit van de macht.

 

Wij zijn nu op het punt gearriveerd dat bij een voortdurende ontevredenheid de woorden van Macron: het is beter in een democratie met vrije verkiezingen te leven dan in een pseudo-democratie als in Hongarije of gepredikt door Salvini van de Lega Nord in Italië, niet langer hoorbaar is. Het is overigens voor mij de vraag of Marine Le Pen veel garen spint bij deze algemene volkswoede. Want al worden aanhangers van de ’Rassemblement National’ met open armen ontvangen als ze mee aan de blokkades werken, dat betekent nog niet dat de ’gilets jaunes’ nu en bloc op Marine Le Pen gaan stemmen. Het zou best kunnen zijn dat veel manifestanten nergens meer in geloven, zelfs niet in het uitbrengen van hun stem bij de verkiezingen. Ik vraag me af of dit zeer aanwezige anti-systeem betoog ook niet duidelijk maakt dat het tijdperk van Marine Le Pen en de ’ Rassemblement National’ nu achter ons ligt. Misschien is het een teken dat de samenleving al bezig is met iets anders. Marine Le Pen heeft zich overigens wat betreft deze manifestaties heel terughoudend opgesteld gezien het feit dat de ’gilets jaunes’ elke dag weer zeggen dat zij hun beweging niet door de politiek ingepalmd willen zien.

 

Het probleem is vooral te weten of deze manifestanten en hun aanhang nog gebruik willen maken van hun stemrecht of zich periodiek willen laten horen middels dit soort manifestaties waar de politiek en de vakbeweging geen enkele greep op hebben. De meerderheid van hun zal naar mijn idee niet op de ’Rassemblement National’ gaan stemmen al moet eerlijk gezegd worden dat vooral Marine Le Pen ’ La France des oubliés’ (= het Frankrijk van de vergeten mensen) als eerste een theoretisch fundament heeft gegeven. Deze meerderheid gaat gewoon niet meer stemmen en zal steeds meer tekens van we-geloven -het-wel, we-doen-niet-meer- mee afgeven. Als niet alles in het werk wordt gesteld om ze weer in de trein te krijgen, dan zullen ze nooit meer stemmen en daarmee het failliet van de representatieve democratie aangeven.

 

Eén van de belangrijkste aspecten van de beweging van de ’gilets jaunes’ is: "De regering moet zich rekenschap geven dat wij afhankelijk zijn van autovervoer." Daarachter ligt het failliet van meer dan dertig jaar plattelandsontwikkeling. De ’gilets jaunes’ en hun zeer grote aanhang zijn onderworpen aan een dubbele druk: die van de absoluut noodzakelijke energietransitie die door verreweg de meeste manifestanten wordt begrepen en die van hun dagelijks leven. Hun afhankelijkheid van de auto is een duidelijke realiteit. Dus deze crisis is niet van vandaag op morgen opgelost. Maar het is bijvoorbeeld wel mogelijk de regionale spoorlijnen open te houden en niet te sluiten, op te houden met het sluiten van publieke diensten in de rurale gemeentes, de medische zorg op het platteland zo te organiseren dat men niet meer vijftig km of meer hoeft te rijden voor eenvoudig doktersbezoek… Helaas is de regering tot nu toe horende doof en ziende blind.