Het waarom van de Franse volkswoede

Civis Mundi Digitaal #72

door Jan de Boer

Deze uitbarsting van volkswoede illustreert de kloof die in de loop van de laatste dertig jaar gevormd is tussen de in opstand gekomen, diep verontwaardigde burgers en de Frankrijk besturende elite en hun goed verdienende hoogopgeleide aanhang in de grote steden (die overigens ook grote armoede kennen), met name Parijs, die maatregelen voorstellen ver verwijderd van de reële behoeften van de ’gilets jaunes’. Wat daarbij opvalt is het hoge percentage vrouwen en bejaarden bij de ’gilets jaunes’: altijd de eerste slachtoffers van armoede. Voedsel- en kledingbanken beleven hier historische tijden.

De spontane mobilisatie van rond de 300.000 ’gilets jaunes’ mag door haar omvang en gesteund door een nog steeds groeiend percentage van de Franse bevolking (nu 77 procent) verbazing oproepen maar is evenwel het logische resultaat van steeds weer terugkerende fouten en een zekere onverschilligheid voor de rest van Frankrijk van de regeringen van politiek rechts en links gedurende de laatste dertig, veertig jaar, aangescherpt door de huidige politiek van Macron. De geschiedenis van Frankrijk mag daarbij niet vergeten worden: het huidige Frankrijk is door veroveringsoorlogen van uit het kleine koninkrijk rond Parijs tot stand gekomen en sindsdien waait er in dit land nog altijd een wind van ’Paris et la province’. De door Parijs geëntameerde ’plattelandsontwikkeling’ heeft in de laatste decennia geleid tot sluiting van scholen, van postkantoren en van andere overheidsdiensten, het verdwijnen van de middenstand, het sluiten van kleine spoorlijnen, een gruwelijk tekort aan artsen, etc.

 

In de laatste televisie-uitzending van de president waarin hij de lofwaardige wens uitsprak om " de basis en de top weer tot elkaar te brengen " heeft hij de leegte die hij wilde vullen, aangescherpt. Aan de ene kant is er ’de basis’ van miljoenen Fransen, aan de andere kant ’ de top’ van leidende elites. Dit project van verzoening biedt weinig hoop want ’ de basis ’ die door de elite niet in staat wordt geacht met oplossingen te komen voor de door hun aan de kaak gestelde problemen, erkent nog nauwelijks de legitimiteit van ’ de top’ beoordeeld als ver verwijderd van de werkelijke wereld, niet in staat het te veel aan rekeningen, belastingen en andere moeilijkheden om aan het einde van de maand de touwtjes aan elkaar te kunnen knopen, te begrijpen.

Macron zou geen top-down politiek moeten voeren, maar oplossingen moeten vinden met hen die veel beter de complexiteit van het terrein kennen dan de Parijse technocratie. Maar nee, de regering die zegt goed te luisteren naar een ieder, kiest het tegenovergestelde en -zelfs al voor de manifestaties van de ’gilets jaunes’ - tovert Macron uit zijn olympische hoed oplossingen die voor een groot deel geen enkele soelaas bieden voor de concrete situaties van de ’gilets jaunes’. De afwezigheid van een dialoog heeft ook politieke consequenties zoals de vrije val van de populariteit van Macron en zijn eerste-minister Philippe. Dat vermindert hun legitimiteit en ook hun mogelijke acties.

 

Om de ecologische transitie haalbaar te maken, zou de regering in plaats van discutabele beslissingen haar politiek op rationele kennis moeten baseren. In Frankrijk brengen de rijkste 10 procent van de bevolking vier keer zoveel CO2 in de atmosfeer als 50 procent van de meest arme bevolking. De regering zou de belastingen op de hoogste inkomens die dure en zeer vervuilende auto’s kopen moeten verhogen om maar niet te spreken over de uitstoot van CO2 door privé-vliegtuigen en boten van rijke Fransen die over dit soort bezittingen geen belasting meer hoeven te betalen dank zij de door Macron afgeschafte solidariteitsbelasting op grote vermogens/bezittingen.

De door Macron gevoerde politiek sinds 2017 vraagt fikse offers van de middenklasse en de volksklassen, terwijl de meest gefortuneerde Fransen zich flink verrijken. Dat geeft onvermijdelijk gevoelens van onrechtvaardigheid en opstandigheid die de acties van de ’gilets jaunes’ gevoed hebben. De woede wordt versterkt door het feit dat slechts 10 procent van de belasting op fossiele brandstoffen voor auto’s gebruikt wordt voor de ecologische transitie, de andere 90 procent komt ten goede van het terugbrengen van het tekort op de begroting mee te wijten aan fiscale maatregelen ten gunste van de meest gefortuneerde Fransen. Ook de laatste maatregel: het terugbrengen van de maximumsnelheid van 90 naar 80 om per uur - een onzinnige maatregel op de meeste wegen van het Franse platteland waartegen ook alle burgemeesters protesteerden- die aan proces-verbalen door een overactieve gendarmerie tientallen miljoenen euro’s opleveren die niet besteed worden aan de slecht onderhouden wegen maar mee helpen het tekort op de begroting terug te brengen.

 

Met de huidige politiek wordt het vervuilende leven van de rijkste Fransen gespaard en de andere sociale categorieën moeten een denkbeeldige ecologische transitie betalen. Het verhogen van de brandstofprijzen kan alleen maar bijdragen aan een reële ecologische politiek als er alternatieven voor de auto worden gecreëerd voor hen die voor hun bestaan en hun werk niet zonder auto kunnen.

Daarbij ook nog even te herinneren aan het feit dat de diverse regeringen het gebruik van dieselauto’s altijd hebben gestimuleerd. Een slogan als ’de president van de rijken’ mag dan te simpel zijn, maar brengt wel begrip voor de sociale condities van de gemarginaliseerde categorieën van de bevolking. De ’gilets jaunes’ mogen de gedetailleerde cijfers niet kennen, maar hebben wel een intuïtieve kennis en hebben terecht het gevoel dat de politiek zonder hun en tegen hun bedreven wordt.

 

De wet op de financiën van 2018 geeft wat dat betreft veel helderheid. De afschaffing van de ISF en de creatie van de ’flat tax’ hebben onvermijdelijk de interventie-mogelijkheden van de regering flink beperkt. In de wet op de financiën 2018, is zo het budget de ’Mission cohésion des territoires’ die tot doel heeft het ontwikkelen van "een strategie voor de toegang van iedereen op elke plaats van het land tot essentiële diensten (toegang tot publieke diensten, huisvesting, gezondheidszorg, cultuur....met name op het platteland)" met 1,7 miljard euro gekort. De ’Mission travail et emploi’ is eveneens gekort met 1, 5 miljard euro. Het verlies van fiscale inkomsten is zo grotendeels gecompenseerd door te korten op budgetten van onmisbare ’missies’ voor de integratie van kwetsbare bevolkingsgroepen. De wet op de financiën 2018 heeft zo bijgedragen aan de geboorte van de ’gilets jaunes’, die ook weten dat de regering, ook al onder vorige president François Hollande, jaarlijks tientallen miljarden euro’s aan het bedrijfsleven geeft om zijn concurrentiepositie te verbeteren met name door kwaliteitsverbetering van de producten, die tot dusverre zeer weinig of geen resultaat hebben opgeleverd en de zeer hoge werkloosheid niet hebben doen verminderen.

 

Door het onvermogen om een werkelijke dialoog aan te gaan, door het nemen van inadequate beslissingen, door een onrechtvaardige verdeling van de collectief te nemen financiële inspanningen ondergaat de regering het Nederlandse spreekwoord: wie wind zaait, zal storm oogsten. De rampzalige top-down strategie van Macron, de onder meer bovenstaande kortingen op de budgetten met name voor het platteland en verder de toenemende onmacht van de burgemeesters

van de kleine steden en dorpen door de promotie van intercommunale bestuursorganen door de regering, ondermijnt ook nog eens het laatste politieke bolwerk dat nog vertrouwen geniet bij de meerderheid van de Franse bevolking: de burgemeester en de gemeenteraad. De helft van het aantal Franse burgemeesters heeft laten weten zich daarom niet weer herkiesbaar te stellen. Macron die de jaarlijkse nationale vergadering van burgemeesters vorig jaar beloofd had ieder jaar met hun van gedachten te wisselen, heeft zelfs de onlangs gehouden bijeenkomst van de burgemeesters niet eens bijgewoond.

 

Zo stapelt de regering de ene blunder op de andere blunder. Hogere belastingen zoals de door de regering besloten volgende verhoging van de brandstofprijzen per 1 januari 2019 worden niet langer gepikt in Frankrijk dat Europees kampioen is wat betreft de hoogte van belastingen, heffingen en accijnzen. Eén van de ’gilets jaunes’ zei gisteren in Parijs: "De elite denk aan het eind van de wereld, wij moeten in eerste instantie denken aan het einde van de maand. De elite denkt terwijl ze weinig of niets weet van wat elders in Frankrijk plaats vindt, dat ze gelegitimeerd is om wat zij wil aan een ieder op te dringen". De reële problemen van de ’gilets jaunes’, van het platteland, zouden opgelost kunnen worden met een doortimmerd plan, ook wat betreft de mobiliteit, met de inzet van de ’taxe carbon ’ die de Franse regering rond de 20 miljard per jaar oplevert.

 

Daarbij komt ook nog eens, dat de ecologie vooral met de mond wordt beleden mee aangetoond door het aftreden van de voormalige minister van energietransitie en solidariteit, Nicolas Hulot, die in de regering geen poot aan de grond kreeg en zei dat hij niet langer wenste te liegen en de Franse bevolking voor de gek wilde houden. Net als demagogische beloften dat de energietransitie voor honderdduizenden nieuwe banen, economische groei en welvaart voor iedereen zal brengen. De Franse banken investeren nog steeds voor 80 procent in steenkool en olie…

 

De beweging van de ’gilets jaunes’ doet denken aan de boeren op standen tijdens het ’Ancien Régime’ (de monarchieën vanaf het begin van de 16de eeuw tot aan de Franse Revolutie (1789) toen de republiek werd uitgeroepen) en de revolutionaire periodes.

Je zou toch mogen hopen dat kennis van de geschiedenis de Franse elite bevrijdt van bijziendheid in de tijd…