De les van de crisis in de jaren 1930

Civis Mundi Digitaal #72

door Jan de Boer

Veel politici alsook het merendeel van historici en economen zien duidelijke paralellen met de huidige periode en die van de tijd tussen beide wereldoorlogen, beide volgens hun gekarakteriseerd

door de opkomst van het populisme in een Europa verdeeld door angst en verwarring, een terugval op nationalisme en de consequenties van de economische crisis. Maar wellicht moet deze analyse vervangen of tenminste aangevuld worden met een andere interpretatie betreffende de opkomst van het populisme verdedigd door een aantal economen waaronder de Franse econoom Dominique Plihon, woordvoerder van de Franse afdeling van de internationale organisatie Attac die strijdt voor meer sociale rechtvaardigheid en een gezond milieu.

 

In de jaren 1930 hebben verscheidene landen waaronder Frankrijk en de Verenigde Staten een ernstige economische en sociale terugval gekend zonder dat die gepaard ging met de opkomst van wat nu ’populistische krachten’ genoemd wordt. Dat was het geval van de ’New Deal’ van Roosevelt in de Verenigde Staten(1933) vaak beschouwd als het eerste sociaal-democratische experiment, en van het ’Front populaire’ in Frakrijk (1936). Beide experimenten hebben de crisis het hoofd geboden middels belangrijke sociale en democratische vooruitgang.

De via verkiezingen aan de macht gekomen Hitler in 1933 wordt vaak gepresenteerd als het directe gevolg van de grote depressie in de jaren 1930 met de daaruit volgende economische en sociale consequenties. Maar toch....In december 2017 hebben vier wetenschappers in een studie voor het ’National Bureau of Economic Research’ aangetoond dat het electorale succes van de Nazi’s met name te danken was aan een uiterst strenge bezuinigingspolitiek. Inderdaad, de in 1930 benoemde kanselier Heinrich Brüning die de crisis te lijf moest gaan, nam zonder daarover een parlementair debat te organiseren vier beslissingen die de salarissen van ambtenaren, de werkloosheids- uitkeringen, de ziektekostenverzekeringen en de pensioenen drastisch verlaagden. De publieke uitgaven tussen 1930 en 1932 daalden met 28 procent. Tegelijkertijd werden de belastingen verhoogd en nieuwe belastingen voor de volksklasse ingevoerd die de koopkracht verder deden dalen. Deze bezuinigings-beslissingen uitgevoerd in een periode van veel minder privé-uitgaven deden de crisis veel omvangrijker worden. De analyse van de verkiezingen door de vier wetenschappers toont aan dat hoe sterker de bezuinigingspolitiek was, hoe meer stemmen op de Nazi-partij werden uitgebracht.

 

De actuele situatie in de Europese Unie lijkt op die van de jaren 1930: de opkomst van populistische bewegingen en partijen is met name een electorale opstand tegen de budgettaire en salariële bezuinigingspolitiek met als gevolg een duurzame recessie en een record- werkloosheid in het merendeel van de lidstaten, laat Dominique Plihon weten.

Italië is daarvan volgens hem een sprekend voorbeeld.: het land heeft een drastische bezuinigingskuur ondergaan op sommatie van de Europese Commissie als bewaakster van de neoliberale orthodoxie die een voortdurende economische stagnatie met een constante terugval van het BIP in euro’s per persoon tot gevolg heeft gehad. De machtsgreep van de populistische anti-systeempartijen de Liga en de 5-sterrenbeweging is daarvan het resultaat. Het doel van deze Italiaanse coalitie is het een einde maken aan de neoliberale politiek waarvan Matteo Renzi de kampioen was en die Macron in Frankrijk door wil voeren met het grote risico dat bij de volgende verkiezingen, allereerst bij de Europese verkiezingen in mei 2019 het populisme, met name het nu van naam veranderde rechts-extremistische Front National, de grote winnaar zal zijn.

 

Voor litteratuur- en theaterliefhebbers: het toneelstuk van de Italiaanse Nobelprijswinnaar literatuur Pirandello (1934) ’Cosi è se vi pare’ oftewel ’ieder zijn eigen waarheid’ past naadloos op de analyse van de jaren 1930 en onze actuele periode.