Klimaat en lafhartige Staten

Civis Mundi Digitaal #75

door Jan de Boer

De waarschuwing dat het mis gaat met de opwarming van de aarde en met de daardoor veroorzaakte catastrofale klimatologische veranderingen klinkt steeds harder en harder maar de politieke leiders van de Staten op onze onherbergzame planeet schijnen het niet of hooguit met een half oor te horen Zaterdag 15 december 2018 hebben 196 landen verenigd op de conferentie over het klimaat (COP24) in Katowice in Polen zich in grote lijnen positief uitgesproken over het toepassingsprogramma van het toen al veel te slappe en onvolledige klimaatakkoord van Parijs eind 2015. Dat was ook hoognodig om dat eerste mondiale klimaatakkoord om de opwarming van de aarde te beperken en hopelijk in 2020 in werking te laten treden.

Maar de in Katowice genomen beslissingen zijn onvoldoende en volledig ontoereikend wat betreft de omvang van het probleem: de temperatuurstijging die de aanwezigheid van de mens op deze aarde bedreigt. De Staten die uitgenodigd werden hun inspanningen voor een drastische vermindering van de broeikasgassen te vergroten, hebben daar in Katowice geen gehoor aangegeven. Een aantal tussen immobiliteit en het zich terugtrekken aarzelende oliestaten hebben zelfs de resultaten van de klimaatonderzoekers in twijfel getrokken. De Verenigde Staten, Brazilië, Australië en nog een paar landen hebben het volledig af laten weten en Rusland wenst een herziening van het klimaatakkoord van Parijs...

 

De klimatologen van de onafhankelijke intergouvernementele onderzoekersgroep van de evolutie van het klimaat, zeggen onomwonden dat er sprake is van de hoogste urgentie. Als wij de desastreuse consequenties van een door de opwarming van de aarde met 1,5 procent willen vermijden, dan moeten we van nu tot 2030 onze uitstoot van broeikasgassen met de helft verminderen. En dat is nog het meest optimistische scenario. Wij weten ook dat we niet op de goede weg zijn. Volgens berekeningen van de Verenigde Naties zijn de engagementen van de Staten op de klimaat conferentie van Parijs (COP21) volstrekt onvoldoende en leiden tot een opwarming van de aarde met in ieder geval 3,2 graden aan het einde van deze eeuw. Daarbij uitgaande dat de Staten hun beloften na komen hetgeen voor veel landen niet eens opgaat. De uitstoot van broeikasgassen is dit jaar met 2,7% gestegen met name door een veel groter gebruik van steenkool.

 

Wij weten ook of wij beginnen te begrijpen dat geen enkel land door de ontregeling van het klimaat gespaard zal worden. Half november 2018 werd in ’Nature Climat Change’ een onderzoek gepubliceerd dat een model gaf van extreme en gelijktijdige catastrofes - hitte golven, overstromingen, stijging van het zeewater, droogtes, etc... - waarmee de mensheid van nu tot 2100 geconfronteerd zal worden als de uitstoot van broeikasgassen gewoon doorgaat. De rillingen lopen langs je rug als je dit onderzoek leest. De enorme branden in Californië bevestigen dit beeld en tonen aan dat deze vooruitzichten geen science fiction zijn. Er zijn gelukkig meer, maar nog steeds onvoldoende mensen in de burgerlijke samenleving die dit beseffen. Er worden burgerlijke manifestaties voor het klimaat gehouden, actieplannen van lokale overheden, engagementen van een zeker aantal bedrijven voor het verminderen van hun uitstoot van CO2... Er zijn ook mobilisaties van de jongere generaties die ’schoolstakingen voor het klimaat ’organiseren in het kader van een wereldwijde beweging gelanceerd door de 15-jarige Zweedse Greta Thunberg. Uitgenodigd op de COP24 zei dit Zweedse meisje, dat "wanneer onze politieke leiders, de media en de hele samenleving deze klimaatcrisis werkelijk gaan bestrijden, hebben wij geen mondiale conferenties als deze meer nodig".

 

Maar tegelijkertijd zagen en zien de politieke leiders de andere kant uit en laten deze gelegenheid ongebruikt voorbij gaan. Zij zouden eindelijk eens moeten ophouden met het steeds weer naar de toekomst schuiven van beslissingen die ons het allerergste zouden kunnen besparen. Voor 2020 zouden de Staten hun verplichtingen fors moeten verhogen en deze in hun nationale politiek gestalte moeten geven om zo aan duurzame energiebronnen de voorkeur te geven boven fossiele energie, om ook duurzame mobiliteit te ontwikkelen en verspilling tegen te gaan, om het karakter van onze kapitalistische economie aan te passen aan ecologische noodzakelijkheden en de minder begunstigden in onze samenleving en de minder begunstigde landen financieel bij te staan om deze noodzakelijke overgang naar een ook in de toekomst bewoonbare planeet te kunnen realiseren.

Helaas zie ik dat niet of niet tijdig gebeuren en de politieke leiders hier incompetent en laf om hun zetels bij verkiezingen niet te verliezen, spannen zo samen om ongewild in de valse hoop dat alles wel mee zal vallen, het einde van de menselijke beschaving in te luiden.