Het leiderschap van Xi Jinping bedreigd

Civis Mundi Digitaal #81

door Jan de Boer

Nu ik dit artikeltje schrijf, bezoekt Xi-Jinping Europa, terwijl de relatie China-Verenigde Staten zeer gespannen is. Xi Jinping presenteert zich als een sterke en stabiele figuur te midden van de internationale chaos, maar hij weet dat de jaren die eindigen op het cijfer 9 niet erg geliefd zijn bij de Chinese leiders. Afgelopen 10 maart was het de zestigste verjaardag van de Tibetaanse opstand, 4 mei is het honderd jaar geleden dat de studenten van de universiteit van Peking manifesteerden: de entree van de intelligentsia op het Chinese politieke toneel. In het voorjaar wordt ook – behalve dan in China- de democratische beweging van Tiananmen herdacht die dertig geleden uitliep op een bloedbad en ook de omsingeling - 20 jaar geleden – van Zhongnanhai door de sekte Falun Gong, voordat in oktober het zeventig jarige bestaan van de Volksrepubliek gevierd wordt. Een druk jaar dus waarin alle instituties voor de veiligheid gemobiliseerd zijn, omdat– aldus Jean-Philippe Béja, sinoloog en specialist wat betreft de democratische beweging in China – de partij vreest dat de burgers deze verjaardagen aangrijpen om hun ontevredenheid uit te drukken.

Want de Chinese Communistische Partij (PCC) is sinds 1989 niet veranderd. De snelle ontwikkeling van de economie heeft zich niet vertaald in een democratisering van het land. Integendeel, het prille begin van een burgerlijke maatschappij rond de eeuwwisseling werd onderdrukt. In juli 2015 werden meer dan 300 advocaten, verdedigers van de rechten van de mens, door de politie gearresteerd. Twintig van hen werden na door de televisie uitgezonden vernederende zelfkritiek-zittingen tot gevangenisstraffen veroordeeld. En dat zijn niet de enigen die de gevangenis van binnen hebben gezien en nu nog steeds gecontroleerd worden. Xi Jinping herhaalt voortdurend dat rechters moeten gehoorzamen aan wat de PCC voorschrijft, dat de pers zich moet identificeren met de partij. Op de universiteiten is het verboden te refereren aan de « zogenaamde universele waarden » en religieuze praktijken zijn ingekapseld en dat niet alleen in Tibet.

In de grote autonome regio Xinjiang worden bijna een miljoen Ouigouren en Kazakhen gevangengehouden in ‘centra voor professionele opvoeding’ alleen omdat ze hun kinderen mohammedaanse voornamen gaven of ‘halal’ aten. Deze onderdrukking heeft niet geleid tot forse kritiek van de internationale gemeenschap en met name niet door mohammedaanse landen. Overigens zijn de Ouigouren niet de enige slachtoffers van het opnieuw totalitair geworden regime. De Communistische Partij versterkt voortdurend zijn controle op de maatschappij: kunstmatige intelligentie komt de traditionele controlemiddelen van het Maoïsme: wijkcomités, conduite-staat, etc. te hulp. Pogingen om een ‘sociaal credit’ – een combinatie van soliditeit en gelijkgerichtheid – te installeren, dreigen een orwelliaans systeem te institutionaliseren: Big Brother is watching you .

Xi Jinping mag zich dan voordoen als een onbetwistbaar leider, zijn positie is minder comfortabel als zij lijkt. De door Donald Trump gelanceerde commerciële oorlog en de nogal arrogante antwoorden daarop van Xi-Jinping hebben geleid tot felle debatten binnen de directie van de Communistische Partij. Er zijn er die hem verwijten niet goed te onderhandelen met de Verenigde Staten. Het project ‘Made in China 2025’ dat van China de grootste technologische macht ter wereld moet maken, wordt niet meer officieel genoemd. China heeft ook punten verloren in haar ‘achtertuin’. De Chinese leningen aan Sri Lanka tot aan Pakistan worden nu beschouwd als valstrikken die deze landen afhankelijk maken van China. Zelfs de politiek van 16 +1 waarmee Peking zich verbond met de vroegere communistische landen in Oost-Europa, geeft tekenen van zwakte: deze landen vinden de Chinese investeringen onvoldoende. De Italiaanse beslissing om actief mee te doen aan de ‘nieuwe zijderoute’ heeft de Chinese politiek opnieuw wat lucht gegeven, maar heeft er wel toe geleid dat de leiders van de Europese Unie proberen een gezamenlijke positie in te nemen ten einde de Chinese aanwezigheid in strategische sectoren te beperken.

De binnenlandse positie van de nieuwe ‘roerganger’ verslechtert en zijn diplomatieke missers zijn wapens in de handen van mogelijke rivalen. Sinds het XIX congres van de Communistische Partij in 2017, heeft Xi Jinping nog meer macht dan zijn voorgangers bij hemzelf neergelegd. Hij leidt de commissies op het gebied van economie, financiën, hervormingen, nationale veiligheid en propaganda. Veel regeringsbureaus zijn gefusioneerd met afdelingen van de partij werkzaam op dezelfde terreinen. De scheiding van het werk tussen de Communistische Partij en de regering, die zijn voorganger Deng Xiaoping had gepresenteerd als de beste garantie tegen een terugkomst van de Culturele Revolutie, is naar de vuilnisbak verwezen. De partij, door Xi Jinping met ijzeren hand gecontroleerd, bestuurt alles. Er gaat geen dag voorbij of in de pers verschijnt wel een citaat van hem. In tegenstelling tot Mao, is hij eenzaam. In geval van mislukking, draagt hij alleen de verantwoordelijkheid. In de fabrieken in het zuiden van China vermenigvuldigen zich al stakingen en bewegingen als die van de kraanmachinisten in 2018 beïnvloeden het hele land.

Vandaag de dag is de burgerlijke gemeenschap uiterst zwak. Desalniettemin, zelfs als deze niet openlijk uitgesproken wordt, is er een groeiende ontevredenheid van de burgers en zelfs van de werkgevers van particuliere bedrijven die het steeds moeilijker hebben door de politieke steun aan de staatsbedrijven. Voegt dit jaar dat ook eindigt op het cijfer 9 zich bij de jaren die in de loop van de geschiedenis van de Volksrepubliek de macht deden wankelen? Niets schijnt daarop te wijzen, maar toch zijn de leiders van de Communistische Partij ongerust.