Ongelijkheden: wat we van het antieke Rome kunnen leren

Civis Mundi Digitaal #83

door Jan de Boer

Economische en sociale ongelijkheden zijn vergif voor elke samenleving. Als zij groter worden en niet aangepakt worden, brengen ze politieke stelsels in gevaar en laten ze regeringen omvallen. Dat is één van de conclusies die we kunnen trekken uit de werken van Edward Watts, historicus aan de universiteit van Californië. In zijn laatste in november 2018 door Basic Books uitgegeven werk ‘Mortal Republic: How Rome Fell Into Tyranny’ vertelt hij hoe na eeuwen van succes en voorspoed de machtige Romeinse Republiek weggezakt is in een alleenheerschappij, in despotisme. Natuurlijk is de vroegere Romeinse Republiek heel verschillend van moderne Staten, maar de toedeling van macht en politieke besluitvormingsprocedures van deze Romeinse Republiek hebben zijn erfgenamen van nu zwaar beïnvloed.

Drie eeuwen voor onze jaartelling was de Romeinse Republiek erg solide. Zij rustte op drie pijlers: de magistraten, de senaat en de volksvergaderingen die elkaar wederzijds controleerden met als resultaat consensus en compromissen. Dit systeem gaf de Republiek de mogelijkheid om zich met gemak uit te breiden en nieuwe bevolkingen te integreren. Zij weerstond zo invasies. Gedurende tientallen jaren genereerde zij een voldoende economische groei waarbij het evenwicht tussen het volk en een aristocratische elite die zich bekommerde om het collectieve welzijn verzekerd bleef.

Echter langzamerhand werd dit systeem ontregeld. In de loop van de vele oorlogen en veroveringen ontstond er een adellijke kring die steeds rijker werd en lak had aan het algemeen belang. Deze tastte het systeem aan door hervormingen te blokkeren die hun belangen zouden kunnen schaden. Een nieuwe klasse van zakenlui floreerde dankzij de handel en het kredietwezen. Vriendjespolitiek en corruptie deden hun intrede. In Rome deed de toevloed van buitenlandse slaven de werkloosheid en armoede toenemen. De economische ongelijkheden werden groter. In het jaar 133 voor onze jaartelling probeerden de gebroeders Gracchus er een agrarische hervorming door te drukken om grond aan de armen toe te delen. Zij werden vermoord.

Het geweld werd een dagelijks gebeuren in de politieke arena. De volkswoede dreigde met oproer. Rome zakte weg in chaos en burgeroorlogen terwijl populistische figuren opdoken. Na Julius Cesar maakte Augustus een einde aan de republiek en werd de eerste Romeinse keizer in het jaar 27 voor Christus. Hij verdedigde de installatie van het keizerrijk als een terugkeer van de vrijheid. Rome werd eindelijk bevrijd van een corrupte senatoriale elite niet in staat om conflicten en de explosie van ongelijkheden de baas te worden. De meeste Romeinen juichten Augustus toe. Anders gezegd: na een lang verval slaagde de slecht functionerende Republiek er niet in economische en fysieke veiligheid te waarborgen die het volk wenste, dat zich daarna wendde tot een alleenheerser, een dictator die stabiliteit bracht. Het succes en het echec van de Romeinse Republiek tonen aan hoe republieken en parlementaire koninkrijken met eenzelfde model een antwoord kunnen geven op bijzondere stress-situaties. Zij tonen eveneens aan welke politieke gedragingen met name verwoestend zijn. Te weten die van politieke leiders die lak hebben aan algemene normen en te lang door de burgers getolereerd zijn: zij bieden geen vertrouwen meer in overheidsinstellingen.

Zeker, men moet historische parallellen wantrouwen, anachronismen en te snelle conclusies zijn te gemakkelijk, maar toch… De opkomst en het verval van de Romeinse Republiek is tenminste een waarschuwing aan het adres van veel hedendaagse Staten.