Italië en emigratie

Civis Mundi Digitaal #83

door Jan de Boer

Sinds 2008 hebben 2 miljoen jonge Italianen hun land verlaten. Vorig jaar hebben volgens het Italiaanse Instituut voor Statistiek (Istat) 160.OOO Italianen hun koffers gepakt om te vertrekken naar het buitenland, dat is 3 procent meer dan in 2017. Italië heeft natuurlijk ook al eerder grote periodes van emigratie gekend. Van 1900 tot 1915 vertrokken 8 miljoen Italianen om te werken in de mijnen en fabrieken van Frankrijk en Duitsland of zelfs in de Verenigde Staten. Direct na de tweede wereldoorlog moedigde de regering zelfs de emigratie van arbeiders aan. Maar de emigratiegolf van de laatste tien jaar heeft een ander karakter. Het zijn niet langer laaggeschoolde of ongeschoolde arbeiders en landbouwers die Italië verlaten, het zijn nu vooral de gediplomeerde jongeren. Ze vertrekken want hier zijn de mogelijkheden beperkt en veel jongeren hebben zo de moed verloren. Sinds twintig jaar verslechtert langzaam maar zeker de situatie voor hen in Italië.

Het gebrek aan mogelijkheden heeft ook Nicola, de dochter van mijn vriend Angelo, er toe gebracht haar leven een andere wending te geven. Na 5 jaar studie sociologie aan de universiteit van Palermo (Sicilië), realiseerde zij zich dat haar beroep als maatschappelijk werkster haar niet lag. Een andere studierichting kiezen is binnen het Italiaanse systeem is nauwelijks mogelijk, dus besloot ze haar kans in Parijs te wagen. Na een poosje als kinderoppas gewerkt te hebben om haar Frans te verbeteren, hernam ze de studie communicatie aan de Sorbonne om vervolgens een goede baan bij een grote bank te krijgen. « Sicilië mis ik erg, maar zonder kruiwagen vind je er geen werk » laat zij mij weten.

Het Italiaanse werkloosheidspercentage voor minder dan 25-jarigen was 33 procent, is sinds 2014 gedaald maar blijft twee keer zo hoog als het gemiddelde in de eurozone. Vandaar dat veel gediplomeerde jongeren hun heil in het buitenland zoeken. En de vooruitzichten zijn niet best: Italië krijgt dit jaar weer te maken met een economische recessie.

De aangekondigde maatregelen van de populistische coalitie die sinds juni 2018 aan de macht is, zoals de invoering van een soort basisinkomen moet de consumptie van de meest arme Italianen op een bescheiden manier ondersteunen. Maar zij wegen nauwelijks op tegen de structurele zwakheden van de Italiaanse economie waaronder het veel te langzame functioneren van overheidsinstanties. En dan ook niet te vergeten het vele zwartwerken dat een hoge vlucht heeft genomen tijdens de financiële crisis. Volgens een recente studie van het Italiaanse Instituut voor sociaal-economisch onderzoek Censis betreft het een 3,3 miljoen zwartwerkers.

Daarbij komt de sterke scheiding tussen het industriële Noorden waar de grote ondernemingen geconcentreerd zijn en de ‘Mezzogiorno’: het veel armere en agrarische Zuiden dat sinds tientallen jaren steeds verder in het moeras van moeilijkheden wegzakt. Italië heeft een culturele elektroshock nodig zegt Angelo. Ik vraag me af of dat voldoende is, want het land veroudert snel: 22,3 procent van de bevolking is al ouder dan 65 jaar, het hoogste niveau in de Europese Unie volgens Eurostat. En de emigratie verergert deze situatie. In 2018 is het aantal geboorten gedaald tot 449.000 volgens Istat. Nog erger, het aantal werkenden van 20 tot 64 jaar wordt steeds lager sinds 2009 hetgeen ook de economische groei op lange termijn bedreigt, die volgens economen nu schommelt rond de 0 procent.

Overigens is Italië niet het enige land dat te maken heeft met een voor het land rampzalige emigratie. Ook andere landen als Spanje, Hongarije, Griekenland en Roemenië hebben met dit verschijnsel te maken. Zo zijn er bijvoorbeeld zoveel artsen uit Roemenië vertrokken dat daar de gezondheidszorg dreigt in te storten.