De illusie van een ecologie van het politieke midden

Civis Mundi Digitaal #86

door Jan de Boer

Goed nieuws: gezien de resultaten van de Europese verkiezingen lijkt het of de Franse burgers en de ingezetenen van de Europese Unie zich meer zorgen dan voorheen maken over de opwarming van het klimaat. Het probleem is dat deze verkiezingen nog niets oplossen. Concreet gezegd: op welke politieke krachten rekenen de ecolo’s om een regering te vormen en daarbij op wat voor een actieprogramma? In Frankrijk hebben de groenen eervol gescoord: 13 procent van de stemmen. Maar gezien het feit dat zij bij de Europese verkiezingen in 1989 al 11 procent van de stemmen kregen, en in 1999 10 procent van de stemmen en vervolgens in 2009 rond de 16 procent van de stemmen, is er op termijn geen enkele reële hoop op een zelfstandige groene meerderheid. In het Europese parlement zullen de groenen bijna 10 procent van de zetels krijgen, dat wil zeggen 74 van de 751 zetels. Dat is beter dan in het vorige parlement waarin ze 51 zetels hadden, maar dat verplicht hun wel een antwoord te geven op de vraag met wie ze een bondgenootschap willen aangaan. Maar de groene leiders – met name in Frankrijk – hebben door hun succes hun hoofd op hol laten slaan en weigeren zich uit te spreken met wie ze willen regeren: met rechts of links.

Het is evenwel steeds duidelijker geworden dat de klimatologische uitdaging alleen succes kan hebben bij een op alle niveaus plaats vindende reductie van sociale ongelijkheden. Met de huidige omvang van ongelijkheden blijft de noodzakelijke mars naar een energetische soberheid een vrome wens. Allereerst omdat de CO2- uitstoot vooral is geconcentreerd bij de rijke burgers. Op mondiaal niveau is volgens de econoom Thomas Piketty 10 procent van de meest rijke aardbewoners verantwoordelijk voor bijna de helft van de totale C02 uitstoot en stoot 1 procent van de allerrijksten net zoveel CO2 in de atmosfeer als de meest arme helft van de bewoners van onze planeet. Een drastische reductie van koopkracht van de meest rijke aardbewoners zou zo een substantiële impact hebben op de uitstoot van CO2 op mondiaal niveau.

Overigens zie ik de midden- en volksklassen van de rijke en opkomende landen de acceptatie van een veranderende levenswijze niet realiseren– iets wat absoluut noodzakelijk is – als de wereldleiders hun niet het bewijs leveren dat ook de allerrijkste bewoners van deze planeet een drastische bijdrage aan de reductie van CO2-uitstoot leveren. De politieke consequenties daarvan in Frankrijk, merkwaardig genoeg afwezig in verkiezingscampagnes van 2017-2019, geven een dramatisch beeld van deze noodzakelijke en ook symbolische rechtvaardigheid. Het principe van de CO2-heffing werd in Frankrijk in 2017 relatief goed geaccepteerd en het was voorzien dat deze heffing tot aan 2030 regelmatig verhoogd zou worden om de uitstoot van CO2 terug te brengen in overeenstemming met de gesloten overeenkomsten op de Conferentie van Parijs. Maar de acceptatie van een dusdanige progressie maakt het noodzakelijk dat zij ook de grootste CO2-uitstoters aanpakt, dat de totale heffing ten goede komt aan de energietransitie en dat zij ook de meest arme huishoudens helpt deze transitie te overleven. De regering van Macron heeft het tegendeel gedaan. De heffingen op brandstoffen, betaald door het armste deel van de Franse bevolking, zijn gebruikt om andere prioriteiten te financieren, te beginnen met het afschaffen van de ISF (de solidariteitsheffing op hoge inkomens). Deze politiek van Macron heeft volgens het officiële ‘Institut des Politiques Publiques’ (IPP) geresulteerd in een verhoging met 6 procent van de koopkracht van de 1 procent rijkste burgers en met 20 procent van de 0,1 procent van de allerrijkste Fransen.

Gezien de sociale ontevredenheid (gele hesjes, vakbeweging…) had de regering kunnen besluiten deze cadeaus aan de allerrijkste burgers te annuleren en het geld daarvan te besteden aan de energietransitie en de compensatie van de armste huishoudens. Maar nee hoor, Macron vervolgt zijn weg alsof er niets is gebeurd, daarmee het bewijs leverend dat de presidentiële politieke partij de erfgenaam is van het liberale en pro-business denkend politiek rechts.

Je kunt je in gemoede afvragen waarom onder deze condities de Franse of Duitse groenen met de liberalen en conservatieven willen regeren. Natuurlijk, het willen verzilveren van de verkiezingswinst is menselijk, het pluche is aantrekkelijk, maar je kunt je de vraag stellen of dat hier ook in het belang is van onze planeet, d.w.z. van onze menselijke samenleving op deze onherbergzame planeet. Als het verdeelde links en de groenen zich in Frankrijk zouden hergroeperen, zouden zij qua aantal stemmen groter zijn de liberalen en de nationalisten. Als zij zich in het Europese Parlement zouden verenigen, zouden zij er verreweg de grootste groep zijn en dus zwaarder kunnen wegen wat betreft de besluitvorming in het Europese parlement. Voordat een dergelijke sociaal-federale en ecologische lijn het daglicht kan zien, moeten de verschillende linkse partijen ook met de billen bloot. Zo kunnen bijvoorbeeld ‘les insoumis’ in Frankrijk of ‘Die Linke’ in Duitsland zich niet meer tevredenstellen met te zeggen dat ze Europa willen veranderen of verdragen willen opzeggen: ze moeten ook uitleggen welke nieuwe verdragen ze wel willen hebben.

Wat de socialisten en sociaaldemocraten betreft, zij zijn door hun politieke praktijken mede schuldig aan de ontbinding van het politieke systeem en daarom ook verantwoordelijk voor een reconstructie ervan. Zij moeten hun vergissingen uit het verleden erkennen: zij hebben rijkelijk bijgedragen aan het versterken van het huidige Europese kader, in het bijzonder aan het vrije verkeer van kapitaal, zonder belastingheffing en een gemeenschappelijke regulering. Ook hebben zij beweerd weer over de verdragen te willen onderhandelen, zonder daarvoor een duidelijke routebeschrijving te presenteren.

Het is mogelijk om een model van evenwichtige en duurzame ontwikkeling in Europa te bouwen, maar dat vraagt gedachtewisseling en het maken van zeer moeilijke en ingrijpende keuzes. Een reden te meer om het politieke hanengevecht te beëindigen en er nu aan te beginnen. We kunnen geen tijd meer verloren laten gaan.