Toenemende spanningen tussen Japan en Zuid-Korea

Civis Mundi Digitaal #88

door Jan de Boer

Het gaat niet goed met de relatie tussen Japan en Zuid-Korea, en dat vergemakkelijkt de gespannen situatie met een steeds machtiger China en een dwarsliggend Noord-Korea in die Aziatische regio niet.

De altijd sluimerende en af en toe weer opduikende crisis tussen beide landen is verdiept sinds het Zuid-Koreaanse Hooggerechtshof in oktober 2018 de Japanse industriëlen veroordeeld heeft wegens dwangarbeid tijdens de Tweede Wereldoorlog, toen Zuid-Korea door Japan bezet was. Deze uitspraak heeft de woede van Tokyo opgewekt. Tokyo is van oordeel dat Seoel het bilaterale akkoord van 1965 heeft geschonden, waarin de problemen van de koloniale periode tussen 1910 en 1945 “volledig en voor eens en altijd” waren geregeld. Sindsdien stijgen de spanningen, versterkt door de door Japan ingestelde economische sancties, gericht tegen de zeer gevoelige Zuid-Koreaanse elektronische sector.

Net zoals in het verleden wordt deze crisis gevoed door historische maar nog altijd springlevende geschillen tussen beide landen. Deze keer wordt de herlevende crisis opgefokt door hun leiders – ieder op zijn eigen manier en niet zonder achterliggende electorale belangen – die zeer gevoelig zijn voor de geschiedenis en nationalistische idealen. In Japan vertegenwoordigt de eerste minister Shinzo Abe een nationalistische, revisionistische stroming. Sinds hij in 2012 aan de macht kwam, heeft zijn regering de meest donkere episodes in de geschiedenis van Japan in de geschiedenisboeken gewist of geminimaliseerd. Voorbeelden: het bloedbad van Nanking in 1937, de tragedie van Koreaanse, Chinese en ook Nederlandse vrouwen in het door Japan bezette toenmalige Nederlands-Indië – de zogeheten ‘troostmeisjes’, die gedwongen werden zich te prostitueren voor de soldaten van het keizerlijke leger, etc.… Premier Abe heeft zich nooit berouwvol opgesteld, zelfs niet toen een zeker pragmatisme hem ertoe bracht spijt te betuigen over het verleden ter gelegenheid van de 70-jarige herdenking van het einde van de oorlog op 15 augustus 2015.                                    

In Zuid-Korea heeft met de centrum-linkse president Moon Jae-in ook de geschiedenis herzien, in de zin van een verheerlijking van het verzet tegen de Japanse bezetter. Daarbij komt het hem goed uit dat de mobilisatie van de Koreanen tegen de kolonisator op 1 maart 1919 nu honderd jaar geleden is. Deze herdenking werd door de regering Moon Jae-in gepresenteerd als een ‘revolutie’, die spectaculair gevierd werd met tentoonstellingen, films en andere publieke evenementen. Moon Jae-in heeft deze ‘revolutie’ gebruikt om deze een vervolg te geven met de ‘revolutie van de kaarsen’ in 2016, die de corrupte en van collaboratie met Japan beschuldigde dynastieën, die na de onafhankelijkheid voortdurend aan de macht waren, verjoeg en hem tot premier maakte. Moon Jae-in wil met het oog op de parlementsverkiezingen in 2020 deze dynamiek vasthouden om de toenadering tot Noord-Korea te vergemakkelijken – de eenheid van het Koreaanse schiereiland is een historische gevoeligheid – en om zelf weer herkozen te worden.

De huidige crisis tussen Japan en Zuid-Korea stelt ook de akkoorden uit het verleden ter discussie, te beginnen met dat van 1965. Deze overeenkomst herstelde na veertien jaar moeizame onderhandelingen en onder druk van de Verenigde Staten de diplomatieke betrekkingen tussen beide landen. De ondertekening van deze overeenkomst ging gepaard met gewelddadige manifestaties in beide landen. In Zuid-Korea bleef de inhoud van deze overeenkomst deels geheim tot aan 2005. Toen de tekst eenmaal publiek gemaakt werd, bleek dat 300 miljoen dollar voor de slachtoffers van de gewelddadigheden in de koloniale tijd beschikbaar was gesteld. Duidelijk was ook dat dit geld nooit ten goede is gekomen aan de slachtoffers, maar door de Zuid-Koreaanse regering is gebruikt voor investeringen in de infrastructuur van het land. Japan kan dus de regering Moon aanspreken op het niet respecteren van de met Japan aangegane overeenkomst. Dat doet Japan dan ook en des te meer omdat Seoel arbitrage weigert over het geschil betreffende de dwangarbeid en afstand heeft genomen van het bilaterale akkoord van 2015 over de ‘troostmeisjes’.

Interventie van de Verenigde Staten, zoals in een vergelijkbare situatie in 2014 door president Obama, maakt nu geen enkele kans door de onbesuisde aanvallen van Donald Trump op beide landen, in het kader van commerciële en veiligheidsonderhandelingen. De oplossing voor het conflict ligt dus in handen van de Japanners en de Zuid-Koreanen zelf, die samen een compromis moeten vinden. Zuid-Korea zou in dat geval moeten accepteren dat elk finaal akkoord fundamenteel onvolmaakt en onvolledig is. Japan zou moeten begrijpen dat het nalaten van het maken van werkelijke excuses een obstakel is voor een akkoord dat reële kansen biedt op een verbetering van de relaties.

Een herlevend nationalisme en revisionisme met op de achtergrond parlementaire verkiezingen zijn overigens geen ideale omstandigheden voor het vinden van een compromis tussen twee landen die een grondige hekel aan elkaar hebben. Met andere woorden: de lucht is nog lang niet geklaard, wat ten koste gaat van de veiligheid in deze regio. Een interventie van de Verenigde Naties, als die niet door een veto wordt getroffen, zou wellicht lucht kunnen scheppen.