Overpeinzingen over de komende ineenstorting van de industriële samenleving

Civis Mundi Digitaal #90

door Jan de Boer

Amazonië in brand, de Bahama’s verwoest door de cycloon Dorian, uitgeputte gronden, groot verval van biodiversiteit, record-temperaturen deze zomer. Overal zijn er de getuigenissen van de zich ontwikkelende klimatologische catastrofe zonder de geopolitieke problemen, de nervositeit van de financiële markten en de echecs van alle klimaat-topconferenties te vergeten. Met andere ecologen zie ik deze gegevens als de voorlopers van de komende ineenstorting van onze industriële samenleving door een opwarming van de aarde aan het einde van deze eeuw met 4 tot 6 graden. Het zijn niet de toekomstige generaties, maar die van nu die dit gaan meemaken.

 

Ineenstortingen als domino-effect

Het menselijke systeem en de planten-en dierenwereld, de biosfeer, zijn nauw met elkaar verbonden. Ineenstortingen in de ene sfeer kan ineenstortingen in de andere sfeer tot gevolg hebben. De paradox is dat hoe machtiger en ingewikkelder onze maatschappij is, hoe kwetsbaarder zij is. In vele wetenschappelijke onderzoeken spreken de experts van de mogelijkheid dat er grote systeemschokken komen, maar dat er altijd een bepaalde onzekerheid blijft. Met andere ecologen zoals Dominique Bourg: filosoof aan de universiteit van Lausanne, Dennis Meadows: in de jaren 1970 de opsteller van het rapport Grenzen aan de groei van de Club van Rome, Pablo Servigne: agronoom en schrijver van Hoe alles ineen kan storten en vele anderen heb ik de aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid dat deze ineenstorting van onze industriële maatschappij gaat gebeuren. Het is een overtuiging gebaseerd op talrijke wetenschappelijke onderzoeken, maar die het strikte wetenschappelijke kader te boven gaat. Maar als wij de catastrofe als een vast gegeven beschouwen, kunnen we de kans vergroten om deze te vermijden door handelend op te treden. En daarmee verandert onze horizon, ons leven, onze verhouding tot onze planeet en de wereld om ons heen.

De crises van ecosystemen kunnen menselijke crises tot gevolg hebben, die op hun beurt weer andere crises van ecosystemen voeden. Onze maatschappij heeft bijvoorbeeld een klimatologische opwarming veroorzaakt die de gletsjers in het Himalayagebergte doet smelten. Dat brengt het risico met zich mee dat de regio: India, Pakistan, Bangladesh, Tibet destabiliseert. Dat verhoogt het risico van gewapende conflicten wat betreft het bezit van natuurlijke hulpbronnen en water. Dit vermindert ook de mogelijkheid van acties om het milieu te beschermen. De enorme samenhang in de mondialisering, economische ontwikkelingen en informatiestromen en die van materialen en hulpbronnen, etc. bespoedigt en verergert de dynamiek van de plotselinge verandering.

Wij verkeren vandaag de dag in de stilte voor de storm. Wij zien heel veel tekens van partiële ineenstortingen die een domino-effect kunnen hebben: de terugkeer van autoritaire manieren van handelen, hittegolven, schaarste, nervositeit van de financiële markten, geopolitieke spanningen zoals de handelsoorlog tussen de Verenigde Staten en China. Het is alsof we in een ruimte zitten waar steeds meer gas binnenstroomt en wij niet weten van welke kant de ontsteking kan komen.

 

Nog is alles niet verloren

Natuurlijk reken ik met anderen ook op het menselijke weerstandsvermogen en zal nooit zeggen dat alles verloren is. Maar ik ben met andere ecologen ervan overtuigd, dat wij grote schokken niet kunnen voorkomen, die onze industriële maatschappij in de komende jaren of decennia ernstig zullen aantasten. Ik weiger ook het woord «transitie» te gebruiken dat de overgang veronderstelt van een stervende wereld naar een te creëren wereld. Deze term is nu te neutraal en te zwak om onze tijd te vertegenwoordigen. Ik spreek liever van een absolute noodtoestand en het aanpakken en beheersen van catastrofes, voor zover mogelijk.

Men dient de ineenstortingen (meervoud): een wetenschappelijke realiteit die eraan komt, te onderscheiden van de ineenstorting (enkelvoud) die een echt verhaal geworden is. Dit verhaal is van zeer groot belang omdat het ons de mogelijkheid biedt de giftig geworden mythe van de economische groei en vooruitgang te passeren en ons een wedergeboorte van onze maatschappij voor te stellen. Maar dit verhaal draagt ook twee risico’s in zich: ten eerste het denken dat alles verloren is, hetgeen een totale ontmoediging met zich brengt, en ten tweede het autoritaire handelen, het beroep doen op een autoritaire en/of reactionaire persoon die ons moet gaan redden.

 

‘Collapsologie’ en ‘collapsosofie’: het creëren van alternatieven en het grondig herzien van onze houding via de ‘innerlijke weg’

De aankondiging van ineenstortingen zal enerzijds mensen verlammen, anderzijds mensen in beweging zetten. Je moet nooit feiten onder de vloermat vegen onder het voorwendsel dat zij angst kunnen veroorzaken. Aangezien wij ons hele verdere leven met angst en catastrofes gaan leven, is het veel beter om na te denken hoe wij ermee kunnen leven via een innerlijke, emotionele, spirituele en psychologische weg. Je kunt denken aan de metafoor van de rouw om te laten zien dat met de angst ook de woede en de wanhoop komen met daarna de acceptatie die uit kan monden in actie. Daarom kan de «collapsologie», de leer van de ineenstorting van onze industriële samenleving, ook wijsheid brengen: de «collapsosofie», die ons leert in de maatschappij te leven en tegelijkertijd in de eindigheid ervan.

Er zijn ineenstortingen die ik beslist niet wens, zoals die van bijenvolken, vogels, nog levende gronden, het Amazonegebied, de gletschers, enz. Er zijn ook ineenstortingen, die ik zou wensen, zoals die van het kapitalisme of de thermo-industriële wereld die de mens, humaniteit en in het algemeen het leven vernietigt. Uiteraard wens ik dit vanuit een theoretisch gezichtspunt, want als dit snel zou gebeuren komen miljoenen mensen in een heel moeilijke situatie. We moeten dus een compromis vinden tussen twee tegenstrijdige doelen: enerzijds een einde maken aan een maatschappij die de biosfeer vernietigt, anderzijds het beperken van de consequenties daarvan voor de volkeren. Eerlijk gezegd weet ik niet hoe dat aan te pakken, zoals bijna iedereen ben ik hier zoekende.

Hoe dan ook, wij moeten ons voorbereiden op de ineenstortingen. Daarvoor zijn er drie manieren tegelijkertijd uit te voeren: strijd, het creëren van alternatieven en het grondig herzien van onze houding ten opzichte van onze planeet en de wereld om ons heen. Dat laatste, de «innerlijke weg» moet absoluut collectief zijn. Deze «innerlijke weg» is zelfs een absolute voorwaarde voor het politieke werk dat ons wacht, zoals het op grote schaal voorbereiden van publieke diensten voor gigantische catastrofes. Zeer belangrijk ook is het hervinden van enthousiasmerende verhalen die het gemeenschappelijke bevorderen. Want alleen de verbeelding kan ons helpen het leven weer te vinden op de ruïnes van onze wereld. Maar als ik nationaal en internationaal om me heen kijk, vraag ik mij af of dat wij daar met zijn allen in zullen slagen.