Tragiek en hoop in Libanon

Civis Mundi Digitaal #90

door Jan de Boer

De herfst is het mooiste seizoen in Beiroet, met zijn overactieve verenigingsleven. Zo zijn er nu een grote tentoonstelling van het werk van Picasso, concerten en tientallen andere culturele manifestaties, zoals nergens anders in de Arabische wereld. Maar deze herfst is de Libanese herfst geëxplodeerd. Honderdduizenden Libanezen uit alle religies en sociale milieus zijn de straat opgegaan om het wanbeleid en de corruptie van de politieke klasse aan de schandpaal te nagelen.

Libanon heeft iets meer dan 4 miljoen inwoners, waaraan meer dan 1 miljoen Syrische vluchtelingen en 260.000 Palestijnse vluchtelingen toegevoegd moeten worden. De Libanezen behoren in grote lijnen tot drie religies: christenen uit alle christelijke stromingen in het Midden-Oosten, soennitische moslims (de grootste stroming in de islam), sjiitische moslims en een druzische minderheid. Een Libanese bijzonderheid: de instituties worden gekenmerkt door deze meervoudige religiositeit. De president van de republiek is een maronitische christen, de premier een soennitische moslim en de voorzitter van het parlement een sjiitische moslim.

Natuurlijk, de crisis heeft een economische achtergrond: vrijwel geen economische groei, een uit de pan rijzende werkeloosheid, een grote nationale schuld en een verslechtering van de overheidsfinanciën. Net als in Irak en Egypte is de Arabische jeugd in de steek gelaten. Natuurlijk heeft de Libanese crisis ook een politiek-administratief karakter dat zich herhaalt en zich beschermt, evenals een zich niet vernieuwende politieke klasse die zich van het verval van de publieke diensten (water, elektriciteit, verwerking van huisvuil, …) ogenschijnlijk weinig aantrekt. Maar de crisis heeft vooral een godsdienstig karakter. Het politieke-religieuze raderwerk, dat de spanningen tussen de religies moet regelen, hapert, is ontaard en heeft zich tegen Libanon gekeerd. Het heeft een regressief gemeenschapsleven tot gevolg gehad: iedere Libanees, al of niet praktiserend, heeft zich in zijn religieuze gemeenschap opgesloten. In plaats van burgerschapszin en het dienen van het algemeen belang heeft zich in deze veelzijdig religieuze Staat een systeem van politieke klantenbinding ontwikkeld, dat zijn hoogtepunt vindt in aanloop naar de verkiezingen. De religieuze gemeenschappen hebben ieder op haar beurt geprobeerd het land te domineren. Daarbij waren de christenen het eerst, daarna de soennitische moslims die op de steun van de ook soennitische Palestijnse vluchtelingen rekenden, en vandaag de dag zijn het de sjiieten (gesteund door een deel van de christenen… in Libanon is alles altijd gecompliceerd). In de chaos van de Libanese oorlogen heeft ieder van deze nationale drie religieuze groeperingen steun gezocht en gekregen van een machtige buitenlandse bondgenoot. Voor de christenen was dat de westerse wereld, voor de soennieten was het het Arabische nationalisme en sinds 1980 is het voor de sjiieten de Islamitische Iraanse Republiek. « Het is alsof wij moeite hadden met het accepteren van onze eigen onafhankelijkheid, « zegt onze vriendin Antoinette, die tot voorkort literatuur doceerde aan de universiteit van Beiroet: « met als gevolg dat de sociaal-religieuze breuken van ons land door de door ons te hulp geroepen buitenlandse machten geëxploiteerd zijn. Het is nu voornamelijk de door Teheran in 1980 gecreëerde Hezbollah – zowel politieke partij als militaire kracht – die de politieke scène beheerst. Eerst ten dienste van Iran, die de Hezbollah financierde; maar nu die bron door de Amerikaanse strafmaatregelen vrijwel is opgedroogd, zijn het de financiën van ons land die geplunderd worden. »

Dit alles heeft tot een vreedzame opstand van de bevolking geleid, die deze ellende en tegenstelling niet meer pikt. De manifestanten zingen het volkslied en eisen niets meer en niets minder dan een werkelijke burgerschapszin. Zij hebben de hervormingsvoorstellen van de regering verworpen, want zij willen dit regeringssysteem niet meer. De kracht van deze spontane volksbeweging zonder leiders, haar enthousiasme om de religieuze barricades te slopen, moeten alle democraten en verdedigers van een sterk en onafhankelijk Libanon, nu misbruikt door clans ten voordele van hun macht en rijkdom, deugd doen. Iedereen begrijpt dat na een zo grote volksopstand, zo’n demonstratie van eenheid, het land nooit weer kan worden zoals het was. Maar hoe dit alles afloopt, durft niemand te voorspellen, ook Antoinette niet.