Religie als universeel verschijnsel
Deel 4: Religieus geïnspireerd terrorisme

Civis Mundi Digitaal #94

door Fred Neerhoff en David Bakker

In dit artikel trachten we inzicht te krijgen in de wortels van het huidige islamitische terrorisme. Een historische vergelijking met christelijk en joods geïnspireerde terreur maakt het waarschijnlijk dat religieus geïnspireerd terrorisme geen exclusief kenmerk is van de islam, maar onlosmakelijk is verbonden met elke vorm van religieus of ideologisch fundamentalisme. Om deze reden richten we de focus niet op ‘heilige’ islamitische teksten, maar wijzen we cultuur-historische factoren aan als hoofdoorzaak van de door de islam geïnspireerde terreur. Het gemis van een islamitisch equivalent van de westerse Verlichting, en meer in het bijzonder de afwezigheid van de scheiding van Kerk en Staat is uiteindelijk funest gebleken. Ten slotte presenteren we een tien punten lijst van aanbevelingen die ons inziens de kans op islamitische terreur verkleinen.

 

4.1 De wortels van het huidige islamitisch terrorisme
Onder terreur (van ‘terror’, Latijn voor ‘paniek’) verstaan we het gebruik maken of dreigen met fysiek geweld tegen ongewapende tegenstanders om zo angst aan te jagen bij een breder publiek teneinde een politiek, sociaal of religieus doel te bewerkstelligen [1]. Religieus terrorisme is terrorisme met een religieus motief. Hierbij merken we op dat afhankelijk van iemands politieke ideologie het gebruikte geweld als een terreurdaad of als een legitieme verzetsdaad kan worden beschouwd.

Onvrede is de voedingsbodem voor terrorisme. Vooral het in de verdrukking komen van iemands cultuur, vrijheid of religie (zingevende grondwaarheid) kan mensen aanzetten tot terreur. Dit zijn immers basiswaarden waar eigenheid of identiteit aan wordt ontleend.

Terrorisme is van alle tijden, en wordt gebruikt door allerlei politieke en religieuze stromingen. Hier beperken wij ons echter voornamelijk tot islamitische terreur. De impact van juist dit type terreur is in het Westen onmiskenbaar toegenomen sinds de jaren tachtig van de vorige eeuw. Keerpunt lijkt de Iraanse revolutie van 1979 te zijn toen Sjah Mohammad Reza Pahlavi (1919-1980) door het volk werd verdreven. De Sjah fungeerde sinds 1953 als marionet van de Amerikanen en Britten nadat in dat jaar de democratisch gekozen premier Mohammad Mossadeq (1882-1967) met steun van de CIA werd afgezet omdat hij de in Britse handen zijnde olie-industrie nationaliseerde [2]. In reactie op de westerse invloed kwam als uitkomst van genoemde revolutie de sjiitische geestelijk leider Ruhollah Khomeini (1902-1989) aan de macht. Khomeini’s boodschap van een islamitische wereldrevolutie sprak ook veel soennitische moslims tot de verbeelding [3].

 

4.1.1 Terreur in het Westen
In Europa begon de terreur onder de vlag van de islam pas goed in 1988 met de fatwa (een islamitisch juridisch ‘advies’) van Khomeini met een doodsbedreiging aan het adres van de schrijver Salman Rushdie (1947-  ) [4]. Diens roman De Duivelsverzen was volgens Khomeini beledigend voor de islam. Als gevolg van Khomeini’s fatwa ontplofte in 1989 een bom in Londen die voor Rushdie was bedoeld. Ook werd in 1991 zijn vertaler vermoord en in 1993 raakte zijn uitgever gewond bij een aanslag in de buurt van zijn huis. De angst zat er nu goed in. Rushdie’s  publieke leven was onmogelijk geworden, en persoonsbeveiliging was voor lange tijd noodzakelijk.

Nadien volgden nog vele bloedige islamitische terreurdaden in Spanje, Engeland, Duitsland, Zweden, Bulgarije, Denemarken, Finland, Turkije, België en vooral in Frankrijk. Daar kwamen nog bij de ‘9/11’- aanslagen van 2001 in New York op het World Trade Center en het Pentagon in Washington. Maar ook de verschillende doodsbedreigingen, o.a. vanaf 2005 gericht aan de Deense cartoonist Kurt Westergaard (1935- ) hadden grote impact.

In ons land trok in dit verband de laffe en beestachtige moord op de filmregisseur en columnist Theo van Gogh (1957-2004) de meeste aandacht. Zijn film Submission die hij samen met de parlementariër Ayaan Hirsi Ali (1969- ) maakte, wordt uit angst voor repercussies tot op de dag van vandaag niet meer vertoond, en in 2006 ging Hirsi Ali (1969- ) onder bedreigingen in onvrijwillige ballingschap. Verder leeft de anti-islam parlementariër Geert Wilders (1963- ) wegens aanhoudende doodsbedreigingen sinds 2004 (!) onder permanente persoonsbeveiliging.

Als gevolg van al deze islamitische terreur hangt er sinds Khomeini’s fatwa een donkere sluier over de westerse samenleving. Zelfcensuur, zelfislamisering, politieke correctheid (hypocrisie) en andere vrijheidsbeperkingen zijn de meest ingrijpende consequenties. Daarnaast roept geweld tegengeweld op. De oorlogen in Irak en Afghanistan staan daar model voor. Maar ook de koelbloedige executies van onschuldige Noorse kinderen door een politiek extreem rechtse terrorist waren gerelateerd aan problematiek met betrekking tot moslim immigranten, zoals de recente moorden in een Nieuw-Zeelandse moskee dat ook waren. In ons land hield de moord op de succesvolle non-conformistische politicus Pim Fortuyn (1948-2002) eveneens verband met deze immigratie problematiek.

 

4.1.2 Is islamitische terreur uniek?
De eerste vraag die zich aandient is of er specifieke aspecten van de islam zijn (‘geloof van de vrede’) die andere religies niet hebben en die terrorisme bevorderend zijn. En als die er zijn, welke aspecten zijn dat dan?

In tegenstelling tot de gangbare opvatting (vooral vernomen bij anti-islam politieke partijen), lijkt het ons niet waarschijnlijk dat de oorzaak van de huidige islamitische terreur exclusief in hun ‘heilige’ teksten gevonden moet worden. Zulke teksten zijn nu eenmaal meervoudig interpretabel. Een gelovige kan elke willekeurige passage selecteren, en die in een zelf gekozen (sociaal-historische) context plaatsen en daar zo een eigen draai aan geven. Dit geldt niet alleen voor de ‘heilige‘ geschriften van de islam maar ook voor die van de Bijbel. Zelfs gelovige  fundamentalisten, d.w.z. gelovigen die ernaar streven volgens de letter van hun ‘heilige’ geschriften te leven, kunnen elkaar op leven en dood bestrijden. Het brandende conflict tussen soennieten (Saoedi Arabië) en sjiieten (Iran) illustreert dit.

Fundamentalisten vind je overal. Ook in bijvoorbeeld het christendom (‘geloof van de liefde’) en het jodendom. Zo geldt de dertigjarige oorlog tussen katholieken en protestanten als de bloedigste in Europa. Verder werden en worden de kruistochten, de Europese antisemitische pogroms, de brandstapels voor ‘ketters’, het kolonialisme, de apartheidspolitiek, het vermoorden van abortusartsen in de VS en de terreur door vroege christenen in het Romeinse Rijk [5], alle gelegitimeerd door een fundamentalistisch christendom. Voorts loopt joodse terreur als een rode draad door de ontstaansgeschiedenis van de staat Israël (we noemen hier slechts de terreurgroepen Irgun en Lehi).

Om deze reden wagen wij het te betwijfelen of het islamitische terrorisme in de praktijk zoveel bloediger uitpakt dan de terreur die door willekeurig elke andere religie wordt geïnspireerd. Denk hier bijvoorbeeld ook aan de atheïstische terreur van Stalin (zie [6] en [7] waarin we beschreven dat atheïsme als religie kan worden beleefd). Wij beseffen hierbij dat het ideologische, expansionistischekarakter van de islam [8] niet te ontkennen valt en erkennen de omstandigheid dat de Koran, meer dan de Bijbel, gewelddadigheden expliciet sanctioneert [9].

De invaliditeit van het ‘tekst argument’ (de expliciete goedkeuring van geweld in de Koran) wordt verder ondersteund door de miljoenen mainstream moslims die wars zijn van terreur. Ook kan worden aangevoerd dat de islamitische beschaving tussen ca. 750 (niet lang na het overlijden van Mohammed (571-632)) en het jaar 1258 (vernietiging van Bagdad door de Mongolen) in vele opzichten superieur was aan de christelijke. Gedurende dit zogeheten ‘islamitische gouden tijdperk’ was islamitische terreur geen issue.

 

4.1.3 Islamitische neergang
Als het niet de ‘heilige’ geschriften van de islam zijn die de huidige, oplevende islamitische terreur kunnen verklaren, wat dan wel?

Vaak wordt er vooral vanuit politiek linkse kringen in dit verband gewezen op een veronderstelde achterstand van geïmmigreerde moslims, in economisch opzicht dan wel in opleiding of beide. Ofschoon dit zeker een katalyserende factor kan zijn, achten wij dit argument niet doorslaggevend. Zo was de moordenaar van Theo van Gogh niet ongeschoold noch verkeerde hij in armlastige omstandigheden. Hetzelfde geldt voor andere islam terroristen, zoals de aanslagplegers van 9/11 dit maar al te duidelijk illustreren (het meesterbrein achter deze aanslagen was zelfs puissant rijk!), en niet te vergeten Khomeini zelf.

In plaats van al deze hypothesen achten wij de oorzaak van de huidige islam-terreur veeleer gelegen in cultuur-historische aspecten. Aspectendus, die specifiek zijn voor de islamitische cultuur in plaats van het islamgeloof zelf. Daartoe merken wij eerst op dat de islamitische wereld, anders dan de christelijke wereld geen Verlichting heeft gekend. In die historische periode waar in het Westen de ratio centraal stond, werd de roep om scheiding van Kerk en Staat steeds luider. En sindsdien werd het een leidend principe in de staatsinrichting van democratische rechtsstaten, waarmee religie definitief buiten het centrum van de westerse staatsmacht werd geplaatst, zoals reeds door Spinoza bepleit [10].  In ons slotartikel - deel 5 - komen wij hier nog uitvoerig op terug.

In contrast hiermee heeft de islam zo’n scheiding der machten nooit gekend, ook niet in genoemde bloeiperiode. De hoofdoorzaak lijkt erin gelegen dat de ‘profeet’ Mohammed zowel de religieuze, politieke en militaire leider van de islam was. In het christendom daarentegen was Jezus, althans volgens de overlevering, wel een religieus maar geen politiek en militair leider. Hetzelfde geldt voor de apostel Paulus (ca. 3- ca. 60), de geestelijke vader van het (Paulinische) christendom. Islamitische fundamentalisten die ernaar streven te leven naar het voorbeeld van Mohammed kunnen daarom niet anders dan zich vereenzelvigen met deze - in westerse ogen - archaïsche machtsconcentratie met religieuze leiders aan het hoofd.

Na het ‘islamitische gouden tijdperk’ vond er door de Mongoolse invasie van 1258 een eerste islamitische cultuurvernietiging plaats [11]. Daarna stond het Ottomaanse Rijk nog lange tijd model voor islamitische kracht. Dit Rijk dat vrijwel het gehele Midden-Oosten en de Balkan omvatte, werd bestuurd door een groot aantal soennitische heersers die elkaar met wisselend succes opvolgden. Onder dit regime werden bij tijden niet alleen de sjiieten als ideologische rivalen vervolgd, maar ook de spirituele en tolerante soefi’s [12]. Maar uiteindelijk is de remmende invloed van de geestelijkheid toch de grootste ondermijnende de factor gebleken. Haar tekort aan flexibiliteit, ook ten aanzien van technische innovaties had grote culturele implicaties, die de islam ook in economisch en militair opzicht op achterstand heeft gezet ten opzichte van het Westen. Dat kon bijna ook niet anders. Immers, in het theocratische staatsbestel van de Ottomanen had de aan de staat verbonden geestelijkheid het monopolie op de interpretatie van religieuze teksten en de daaraan gekoppelde manier van leven. Met de Koran als ‘enige bron van absolute en onveranderlijke waarheid’ werd elke vorm van nieuwsgierigheid naar nieuwe wetenschappelijke inzichten in de kern gesmoord, en leidde zelfs tot het radicaal afwijzen daarvan.

Gezien de toenemende populariteit van het secularisme in West-Europa was de islamitische geestelijkheid begrijpelijkerwijs bang om ook haar centrale machtspositie te verliezen. Van de weeromstuit kondigde zij onder meer een algemeen verbod af op het drukken van religieuze teksten, waarmee zij niet alleen het monopolie behield op de interpretatie van die teksten, maar tevens verantwoordelijk werd voor een extreem lage geletterdheid. Deze uit angst geboren, zeer omstreden maatregel degradeerde de reguliere gelovige de facto tot een geestelijke slaaf van de religieuze heersers. En omdat die geestelijkheid zijn macht voor geen prijs wilde afstaan, werd dit religieus-centralistische staatsbestel verantwoordelijk voor een enorm democratisch tekort, een achterstand in onderwijs dat zich in hoofdzaak richtte op het uit het hoofd reciteren van Koran teksten zonder de betekenis te leren kennen, haat jegens ongelovigen, de ondergeschiktheid van de vrouw aan de man, het afwijzen van homoseksualiteit, de invoering van de doodstraf voor geloofsafval, het actief propageren van antisemitisme en nog vele andere anti-liberale ontwikkelingen. Anders dan de islam stond het jodendom wèl enigszins open voor de westerse Verlichting, waardoor er in het huidige Israël een beperkte scheiding tussen Kerk en Staat bestaat.

Als gevolg van dit alles stortte het Ottomaanse Rijk na WO I volledig in, waarna de seculiere leider Mustafa Kema Atatürk het gezag ontzegde aan de laatste kalief (geestelijk leider die aan het hoofd staat van het kalifaat, de islamitische staat) en de macht overnam in de rompstaat Turkije. Maar ondertussen zal het niet verbazen dat het uiteenvallen van het immense Ottomaanse Rijk voor moslims wereldwijd een enorme deceptie was [13], [14].

 

4.1.4 De opkomst van het islamitische fundamentalisme
In plaats van zich open te stellen voor nieuwe vormen van kennis, schreven de fundamentalisten de algehele islamitische malaise toe aan het verlaten van de volgens hen ‘enig juiste’ manier van leven, namelijk naar het voorbeeld van de succesvolle Mohammed. Deze, in westerse seculiere ogen  volkomen onjuiste fundamentalistische diagnose van de islamitische neergang werd na het verjagen van de Sjah tragischer wijs in meerderheid door het Iraanse volk gedeeld, waarna de fundamentalist Khomeini aan de macht kon komen. Van hem werd verwacht dat hij het islamitische zelfvertrouwen weer in zijn oude glorie zou herstellen.

Tezelfdertijd vond er in Saoedi-Arabië een opleving plaats van het wahabisme, een ultra orthodox-soennitische stroming binnen de islam vergelijkbaar met het salafisme. Het lukte de wahabitische geestelijkheid - na de bezetting van de Al-Masjid al-Haram moskee in Mekka door fundamentalistische opstandelingen [15] - strengere naleving van de islamitische voorschriften af te dwingen bij het eveneens wahabitische Koningshuis Saoud. Dat moest bovendien beloven de wahabitische boodschap wereldwijd te verspreiden. Een belofte die het kon en zou waarmaken omdat de Arabische moslims schatrijk werden door de almaar stijgende westerse vraag naar olie. Hierdoor was het koningshuis in staat zijn machtspositie te consolideren en versterken.

Het bondgenootschap met de VS droeg in belangrijke mate bij aan deze machtsuitbreiding. Nadat de VS in 1971 de gouden standaard verliet sloot het in 1974 een pact met Saoedi-Arabië. In ruil voor militaire hulp en materieel beloofde Saoedi-Arabië de Amerikaanse financiële tekorten te financieren met oliegeld [16]. Vanaf dat moment werd de dollar feitelijk gedekt door olie (petrodollar). De diabolische kongsi tussen de VS en Saoedi-Arabië is één van de verklaringen voor de veel te toegeeflijke houding in het Westen tegenover de toenemende islamisering.

Ofschoon Iran en Saoedi-Arabië nooit zijn gekolonialiseerd door een westerse (christelijke) mogendheid, bestaan in die landen wel degelijk antiwesterse sentimenten (voornamelijk gericht tegen Brits-Amerikaanse belangen). In Iran waren die sentimenten zelfs doorslaggevend voor het slagen van de Iraanse revolutie van 1979. Om die reden valt het te verwachten dat moslimlanden die wèl onder koloniaal bestuur hebben gestaan (zoals Pakistan en Indonesië) naast de vernedering van het wegvallen van het machtige islamitische Ottomaanse Rijk ook een, zo niet grotere frustratie jegens het Westen zullen hebben of die in de toekomst nog zullen ontwikkelen.

Bovengenoemde factoren tezamen verklaren ons inziens waarom het islamitische fundamentalisme sinds de jaren tachtig van de vorige eeuw dominant is in het islamitische deel van het Midden-Oosten en steeds dominanter wordt in overige islamitische delen van de wereld. Voor hen, zowel soennieten (Saoedi-Arabië) als sjiieten (Iran), geldt de westerse moderniteit als bron van decadentie en ‘onreinheid’ die met alle middelen bestreden moet worden, o.a. middels (gewelddadige) bekering en terrorisme.

 

4.2 Westers interventionisme
Hoewel de oorzaken van het huidige islamitische terrorisme primair in de islamitische cultuur zelf zijn gelegen moeten we erkennen dat de westerse bemoeienis met het Midden-Oosten de terreur op zijn minst heeft aangewakkerd. Zo ontwikkelde Afghanistan zich mede door westers toedoen tot een kweekvijver voor terroristen. Immers, na het wegvallen van Iran als vazalstaat richtte de VS zich op buurland Afghanistan. Al in het voorjaar van 1979 begon de VS steun te verlenen aan de wrede soennitische fundamentalisten van de Moedjahedien - eufemistisch ‘vrijheidsstrijders’ genoemd - die rebelleerden tegen de socialistische regering van Afghanistan die warme banden onderhield met de Sovjet-Unie, welke laatste door de VS als aartsvijand werd beschouwd [17].

Na de invasie van de Sovjet-Unie later in dat zelfde jaar werkte de VS samen met de Saoediër Osama bin Laden (1957-2011), het brein achter de latere terreuraanslagen in de VS. Deze Bin Laden wierf strijders uit de gehele Arabische regio om met de Moedjahedien mee te vechten, strijders waarmee hij later de terreurorganisatie Al Qaida zou oprichten. Voorts creëerde de invasie in 2003 van de VS in Irak de omstandigheden waarin Islamitische Staat (IS) kon ontstaan. Meer recent is de steun aan jihadisten (gewelddadige moslim strijders) die werden ingezet in Syrië met het doel de alleenheerser Bashar Hafiz al-Assad (1965 - ) te verdrijven. Nederland leverde hierbij materieel aan terroristische groeperingen gelieerd aan Al Qaida (ook wel ‘gematigde rebellen’ genoemd). Ten slotte noemen we de politiek van Israël die er op is gericht de haar vijandig gezinde omringende landen te destabiliseren waarmee (onontkoombaar) nog eens extra olie op het vuur wordt gegooid.

 

4.3 Over de bestrijding van islamitische terreur
Zonder de illusie te koesteren dat onze voorstellen op onverdeelde bijval kunnen rekenen, presenteren wij hieronder een tien punten lijst met aanbevelingen die de kans op islamitische terreur ons inziens kan verkleinen. Een afdoende demotiveringsstrategie is begrijpelijkerwijs niet voorhanden omdat een absolute stop van islamitische terreur toch in de eerste plaats vanuit de moslim wereld zelf moet komen. En er zullen altijd gelovigen blijven die bereid zijn hun leven te offeren voor hun geloof.

1. Geen Koran verbod
De roep om de Koran integraal te verbieden lijkt vooral contra-productief. De eminente Nederlandse islam-deskundige Christiaan Snouck Hurgronje (1857-1936) vatte dit treffend samen in zijn advies om  “niet af te nemen waar men het meest naar verlangt” [18]. Nog afgezien van de (internationale) onhaalbaarheid van zo’n verbod, maakt dit advies het waarschijnlijk dat het boek bij een verbod juist in populariteit zou stijgen, ook al zou dit ondergronds moeten gebeuren. Het psychologisch ‘deprogrammeren’ van ‘radicale’ moslims lijkt evenmin soelaas te bieden. Immers, het internaliseren van een ander, westers cultureel waardenstelsel zal toch echt uit henzelf moeten komen. Verder slaat een psychiatrische diagnose van ‘extremisten’ als een individuele ‘afwijking’ de plank ook al mis. De veronderstelde ‘afwijking’ is immers cultureel bepaald en geen individueel ‘probleem’. 

2. Stel juiste diagnose radicalisering
Ofschoon de Koran wel degelijk teksten bevat die kunnen worden opgevat als een licence to kill [19], kunnen wij niet anders dan accepteren dat die teksten een vaststaand gegeven zijn. En om niet te vervallen in een vruchteloze duiding als zou de islam intrinsiek kwaadaardig zijn, dient de onvrede  van ‘radicale’ moslims op zijn minst erkend en begrepen te worden (onnodig te zeggen dat zo’n begrip niet hun ‘extremisme’ legitimeert). Immers, zonder inzicht is het als een blinde over kleuren te laten oordelen. Dat er inderdaad sprake is van authentieke onvrede, volgt direct uit de feitelijkheid van hun radicalisering. De verklaring ligt voor de hand: moslims worden in hun dagelijkse leven voortdurend geconfronteerd met de westerse suprematie. Bovendien hebben de daarmee gepaard gaande gevoelens van achterstand de potentie zichzelf te versterken (self-fulfilling prophecy, zoals arbeidsdiscriminatie, enz.). Dat neemt niet weg dat het tolereren van intoleranten ons inziens het begin van het einde is. Ook om deze reden dient de vrijheid van meningsuiting prioriteit te krijgen boven godsdienstvrijheid.

Overigens is het culturele conflict tussen enerzijds het liberale Westen en anderzijds de islam uitvoerig geanalyseerd door Samuel Huntington (1927-2008) in zijn boek The clash of Civilizations (1996) [20]. Ofschoon zijn boek bij eerste verschijning binnen de gevestigde westerse intelligentsia algemeen werd verguist, blijkt Huntington’s analyse achteraf vele malen realistischer te zijn dan het eerder door diezelfde elite juichend ontvangen boek The End of History (1992) van Francis Fukuyama (1952-  ) met zijn ‘voorspelling’ van een liberaal paradijs [21], [22], hoewel hij die ‘voorspelling’ later zelf weer heeft bijgesteld.

3. Beter onderwijs in westerse cultuur en geschiedenis
Zorg voor realistisch onderwijs in de westerse cultuur en geschiedenis zodat het belang van een seculiere en democratische rechtstaat beter wordt gefundeerd dan nu het geval is. Niet alleen voor moslims maar ook voor westerlingen zelf. En om niet te vervallen in ‘dweilen met de kraan open’ zal een verbeterde educatie samen moeten gaan met immigratie naar eigen behoefte d.w.z. immigratie die de samenleving niet verzwakt maar juist (economisch) versterkt. Dit betekent aanpassing van vluchtelingenverdragen die in de praktijk uitwerken als een blanco cheque voor onbeperkte en ongecontroleerde immigratie. Verder dient men zich er van bewust te worden dat de samenstelling van de bevolking hoe dan ook zal veranderen.

4. Stimuleer Korankritiek
Naar het voorbeeld van Spinoza’s Bijbelkritiek [23] dient de Koran te worden opgevat als een gewoon boek, geschreven door gewone mensen. Volgens de spinozist Adriaan Koerbagh (1632-1669) is de Bijbel (Grieks voor ‘boek’) een boek dat vergelijkbaar is met een boek over Reintje de Vos of over Tijl Uilenspiegel [24]. Als dat voor de Bijbel zou gelden, dan kan dat ook van toepassing zijn op de Koran. Een systematische tekstanalyse op logische tegenstrijdigheden, onwaarschijnlijkheden, onvolkomenheden en aperte onwaarheden biedt de gelovigen perspectief op een modern, profaan wereldbeeld.

5. Stop buitenlandse financiering moskeeën
Het is noodzakelijk om de financiering van moskeeën vanuit het Midden-Oosten en Turkije te blokkeren. Deze financiering komt vaak tot stand door bemiddeling van de Moslimbroederschap. Deze (geheime) organisatie streeft expliciet naar het kalifaat onder de sharia, de islamitische wet. Meestal dienen deze extern gefinancierde moskeeën als broedplaats voor militante moslim fundamentalisten. De belangenafweging tussen interne veiligheid (blokkade buitenlandse financiering moskeeën) en economie dient niet, zoals nu overwegend het geval is, automatisch uit te vallen in het voordeel van economische belangen (zoals handelsbelangen met islamo-fascistische regimes in de Golfregio).

6. Stel strenge inburgeringseisen aan buitenlandse imams
Stel een taal eis aan imams, alsmede een verplichte cursus in de westerse cultuurgeschiedenis en  wetenschap. Niet alleen aan imams, maar ook aan een ieder die in aanmerking wil komen voor een (tijdelijke) verblijfsvergunning.

7. Behandel terugkerende jihadisten als landverraders
Behandel jihadisten die naar hun vaderland terug willen keren van een gewapende strijd aan de zijde van hun kalifaat alsof zij hebben gediend in een staatsvijandig leger. Weiger steun aan jihadistische groeperingen in het buitenland. Ook als de VS om dergelijke steun vraagt. We beseffen dat er vraagtekens bij de ‘staatsvijandigheid’ kunnen worden gezet. Temeer omdat ook uit westerse landen  afkomstige jihadisten in Syrië werden ingezet om Assad te bestrijden.

8. Monitor orthodoxe moslims op sociale media
Houdt de vinger aan de pols van ontwikkelingen op sociale media. Hier treffen de naar hun identiteit zoekende moslims hun geestverwanten zodat die media een blik gunnen in de dynamiek van hun interne wereld.

9. Olie onafhankelijke energiepolitiek
Stimuleer een olie onafhankelijke energiepolitiek, bijvoorbeeld door de ontwikkeling en bouw van veilige Thorium kernreactoren. Deze maatregel frustreert de ondermijnende afhankelijkheid van orthodox-islamitische olielanden.

10. Schaf artikel 23 Grondwet af
Artikel 23 van de Grondwet is tot stand gekomen als compromis tussen de eis van vrouwenkiesrecht  en de roep om het recht op christelijk onderwijs, en garandeert de ‘vrijheid van onderwijs’. D.w.z. dat de Nederlandse Staat zich verplicht om naast het openbaar onderwijs tevens religieus onderwijs te financieren. Nu er anders dan voorheen naast christenen ook grote groepen moslims en hindoestanen aanspraak kunnen maken op door de Staat gefinancierd bijzonder onderwijs frustreert dit grondwetsartikel de ontwikkeling van een vrije samenleving.

 

4.4 Samenvatting
De ineenstorting van vroegere glorieuze islamitische machtscentra lijkt de hoofdoorzaak van het huidige islam terrorisme. De dominante diagnose onder moslims luidt dat die teloorgang is te wijten aan het verlaten van de enig juiste weg van de ‘profeet‘ Mohammed. Deze succesvolle Mohammed had, anders dan de nieuwtestamentische Jezus Christus, zowel de religieuze, politieke als militaire macht in handen. Om die reden hadden fundamentalisten die Mohammed zo goed mogelijk wilden volgen geen andere keuze dan zich te identificeren met een regeringsvorm onder leiding van een religieuze opperheerser.

Deze cultureel-historischeachtergrond - samen met het gemis van een Verlichting naar westers model die de scheiding tussen Kerk en Staat heeft voortgebracht - maakte in Iran, na het verjagen van de Sjah, de gemoederen rijp voor de fundamentalist Khomeini. Van hem werd verwacht dat hij de oude glorie van de islam in ere zou herstellen. Tot op de dag van vandaag laten gefrustreerde fundamentalisten naar zijn voorbeeld van zich horen door terreur, dit alles met het doel de islam opnieuw op de kaart te zetten.

Remedies hiertegen dienen niet gezocht te worden in een vruchteloze verkettering van koranteksten, noch in zogenaamde deradicaliseringsprogamma’s, maar moet gestoeld zijn op o.a. het afsnijden van financiering van moskeeën vanuit het Midden-Oosten en Turkije, afschaffing van artikel 23 van de Grondwet, gerichte immigratie, bevorderen van inhoudelijke Koran kritiek, erkenning van de botsing tussen beschavingen, en onder geen beding op het tolereren van intoleranten. 

 

Referenties

1. Ruud Koopmans, ‘Het vervallen huis van de islam, over de crisis van de islamitische wereld’, Prometheus, Amsterdam, 2019

2. William Blum, ‘Killing Hope. US Military Interventions since World War II’, Zed Books, 2014

3. Ruud Koopmans, Ibid. 1

4. Ruud Koopmans, Ibid. 1

5. Catherine Nixey, ‘Eeuwen van duisternis. De christelijke vernietiging van de klassieke cultuur’, Hollands Diep, 2017

6. Fred Neerhoff en David Bakker, ‘Religie als universeel verschijnsel. Deel 2: Hoe religie en ongeloof samen kunnen gaan’. Opgehaald van https://www.civismundi.nl/index.php?p=artikel&aid=5207

7. Fred Neerhoff en David Bakker, ‘Religie als universeel verschijnsel. Deel 3: Religie en politieke ideologie’. Opgehaald van https://www.civismundi.nl/index.php?p=artikel&aid=5473

8. Christiaan Snouck Hurgronje, ‘Nederland en de islam’, Elsevier, 2016

9. Hans Jansen, ‘Islam voor varkens, apen, ezels en andere beesten’, Van Praag, Amsterdam, 2008 

10. Fred Neerhoff en David Bakker, Ibid. 7

11. Hans Komen, ‘Culturele bloeiperiode van de vroege Islam’, Opgehaald van https://www.civismundi.nl/index.php?p=artikel&aid=3065

12. Piet Ransijn, ‘Religieuze tolerantie en het soefisme als een bezielende stroming van de islam’, Opgehaald van https://www.civismundi.nl/index.php?p=artikel&aid=3063

13. Ruud Koopmans, Ibid. 1

14. Caroline Finkel, ‘De droom van Osman, Geschiedenis van het Ottomaanse Rijk 1300-1932’,Mets & Schildt, Amsterdam, 2008

15. https://nl.wikipedia.org/wiki/Bezetting_van_de_Al-Masjid_al-Haram

16. Andrea Wong, The Untold Story Behind Saudi Arabia’s 41-Year U.S. Debt Secret’, Bloomberg, 31 mei 2016. Opgehaald van https://www.bloomberg.com/news/features/2016-05-30/the-untold-story-behind-saudi-arabia-s-41-year-u-s-debt-secret

17. William Blum, Ibid. 2

18. Christiaan Snouck Hurgronje, Ibid. 6

19. Hans Jansen, Ibid. 7

20. Samuel P. Huntington, ‘The Clash of Civilizations and the Remaking of World Order’, Simon & Schuster , New York, 1996

21. Francis Fukuyama, ‘The End of History and the Last Man’, Free Press, New York, 1992

22. Ruud Koopmans, Ibid. 1

23. Benedictus de Spinoza, ‘Theologisch politiek traktaat’, Wereldbibliotheek, Amsterdam, 1997

24. Adriaan Koerbagh, ‘Een licht dat schijnt in duistere plaatsen’, Vantilt, Nijmegen, 2014