Ecologische retoriek van Macron

Civis Mundi Digitaal #94

door Jan de Boer

De klimatologische crisis en de neergang van de biodiversiteit eisen wetten en regeringen die het ecosysteem aarde respecteren. Als eerste stap moet men een dwingend kader voor industriële activiteiten durven opleggen, zodat de grenzen aan wat de aarde ons biedt, de voorwaarden voor ons bestaan, worden gerespecteerd. Daarbij hoort ook de erkenning van de misdaad « ecocide ». Als tweede stap moeten er manieren gevonden worden om onze rechten in overeenstemming te brengen met die van andere elementen van de natuur, te beginnen met de erkenning van hun recht op levensbehoud.

Sinds verscheidene maanden worden deze twee voorstellen in redevoeringen van Macron, zijn regering en parlementariërs in de nationale, Europese en Internationale arena meegenomen. De steeds dringender wetenschappelijke waarschuwingen en de toename van extreme meteorologische gebeurtenissen in de wereld sporen hun aan om een revolutionaire ecologische retoriek te adopteren. Bovendien wenst Macron de hem in 2018 door de Verenigde Naties toegekende titel « Kampioen van de aarde », in wanverhouding tot zijn imago in Frankrijk, te legitimeren. Daarvoor heeft hij dit jaar twee mogelijkheden met een hoge symbolische waarde: het mondiale congres over de natuur, dat in juni in Marseille zal plaatsvinden, en de conferentie over biodiversiteit in het kader van de COP15 eind dit jaar in China. In augustus 2019 classificeerde Macron de branden in het Amazonegebied als « ecocide ». Op 10 januari jongstleden erkende Macron voor de Franse Conventie van burgers voor het klimaat de noodzaak om op internationale schaal wetten op te stellen betreffende de misdaad van « ecocide » door een amendement in het statuut van het Internationale Strafhof (ICC) aan te nemen. Hij bevestigde dat hij in deze zin met zijn Europese collega’s aan het werk was.

Maar de realiteit is heel anders. Begin december 2019 heeft Frankrijk zijn ambassadeur voor het milieu niet naar de Vergadering van de deelnemende Staten aan het ICC gezonden, waar deze voor uitgenodigd was door de republieken Vanautu en de Maldiven. Deze eilandstaten worden bedreigd worden door de stijging van het zeeniveau, veroorzaakt door de klimaatopwarming. Zij hebben nu tevergeefs gewacht op steun van Frankrijk voor hun eis om de misdaad « ecocide » te erkennen.

En hoe ligt deze kwestie op Europees niveau? Op 16 januari jongstleden steunde de groep « Renew Europe », waartoe ook de partij van Macron behoort, in het Europees Parlement een amendement waarin gesteld wordt dat Europa tijdens de volgende COP15 het toekennen van een juridisch statuut moet verdedigen dat rechten toekent aan gemeenschappelijke natuurgebieden en ecosystemen in zee en op aarde. Dit amendement werd met 314 tegen 291 stemmen verworpen…

Overigens is het voor Europese parlementariërs gemakkelijk om zich zo met fraaie aanbevelingen voor de rest van de wereld te positioneren als men weet dat dit in het kader van de COP15 geheel vrijblijvend is. Ik wed dat als dit amendement in een dwingende Europese richtlijn was gegoten, het aantal voorstemmers beduidend lager was uitgevallen. Op nationaal niveau heeft Macron nooit de erkenning van de misdaad « ecocide » gewenst. Twee wetsvoorstellen over dit thema die in 2019 door de socialistische groeperingen in respectievelijk de Senaat en de Assemblée werden gepresenteerd, werden in beide gevallen door de parlementaire meerderheid van Macron verworpen.

Het is duidelijk dat Macron niets wil weten van mogelijke wetgeving die Franse economische belangen kan schaden en die de industriële activiteit dwingt respect te hebben voor planetaire grenzen en beperkingen. Die verhindert de absolute vrijheid van ondernemen en het eigendomsrecht, en haalt het blinde geloof van veel politieke en economische leiders in het dogma van de groei overhoop. Bovendien constateerde Daniel Lévy, één van de directeuren van « Harris Interactive », recentelijk in het dagblad Libération dat het milieu bij het electoraat van Macron geen grote prioriteit heeft. Het milieu komt pas op de vijfde plaats na veiligheid, belastingen, schone straten en stedelijke inrichting: vooral thema’s van politiek rechts.

Deze stellingname werd ook duidelijk tijdens de debatten over een door Macron in 2018 gewenste hervorming van de grondwet die tot nu toe nog steeds in nevelen gehuld is. Talrijke verenigingen stelden een wijziging van artikel 1 van de grondwet voor. Zij wilden de strijd tegen klimatologische veranderingen, het handhaven van de biodiversiteit en het respect voor de planetaire grenzen toevoegen aan de fundamentele principes van de Republiek. De regering zei bereid te zijn de eerste twee punten te steunen, maar zei daarbij wel dat ze zich daaraan niet wilde binden; ze wilde ze hooguit bevorderen, en alleen op aanbeveling van de Conseil d’Etat (de Franse Raad van State). Door deze twee voorstellen niet te garanderen is de Staat bij het niet nakomen van zijn verplichtingen gevrijwaard van juridische processen door burgers.

De regering keerde zich ook mordicus tegen het voorstel om de grenzen van onze planeet te respecteren: de klimatologische verandering, het verlies aan biodiversiteit, het gebruik van de grond, de verzuring van de oceanen, de afbraak van de ozonlaag, chemische vervuiling… waarbij voor het grootste deel van de grenzen reeds door Frankrijk zijn overschreden. Deze constatering staat zelfs in het in oktober 2019 gepubliceerde « Rapport over de staat van het milieu » van de Franse milieuminister. Deze door het « Stockholm Resilience Center » gedefinieerde grenzen worden gebruikt door de Verenigde Naties en de Europese Unie voor het stellen van verdedigbare en draaglijke doelen. Zij stemmen overeen met processen en systemen die de stabiliteit en het natuurlijke weerstandsvermogen van het aardse systeem regelen waarvan ons bestaan afhangt.

De weigering van Frankrijk om zich te verplichten tot respect voor de planetaire grenzen is – als dat nog nodig is – wederom een bewijs van de steun van politieke leiders voor de huidige financiële en industriële systemen die, uit naam van het profijtbeginsel, geen bedenkingen hebben tegen het in gevaar brengen van het klimaat, de biodiversiteit, de kwaliteit van grond, water en lucht en daarmee uiteindelijk van onze levens en die van toekomstige generaties.

Macron en de Franse regering zijn hier natuurlijk geen uitzondering. Verreweg de meeste regeringsleiders en regeringen nemen in meer of mindere mate dezelfde standpunten in. En dat houdt in dat de toekomst voor ons allen weinig beloftes, maar zeer veel dreiging kent.