Het volk versus de democratie

Civis Mundi Digitaal #112

door Erik Jansen

Bespreking van Yascha Mounk, The People vs Democracy, Harvard University Press, 2018.

 

Yascha Mounk is lecturer aan Harvard University. Als hij dit boek schrijft in 2017 maakt hij zich grote zorgen over Donald Trump die in zijn eerste jaar als president alle rode lijnen al heeft overschreden en persoonlijke vrienden heeft benoemd op cruciale posten. Het kon volgens hem nog erger worden: Trump ontslaat de leiding van de FBI, ontslaat rechters, sluit kranten, en weigert een verkiezingsnederlaag te accepteren. Gelukkig weten we dat de machtsovername – ondanks de bestorming van het Capitool en de beschuldigingen van verkiezingsfraude – voorspoedig is gelopen. Maar Mounk heeft gelijk: te veel burgers maakt het niet uit of er een dictator in het Witte Huis zit of niet, en of de rechterlijke macht onafhankelijk is of niet.

 

Tanende populariteit van de liberale democratie

De Amerikanen geboren in de jaren dertig van de vorig eeuw hechten vrijwel allen veel waarde aan het leven in een democratie. Van de Amerikanen geboren in de jaren tachtig onderschrijft nog maar 30% dit belang. Ook de instituties hebben aan vertrouwen verloren. Het vertrouwen in het Amerikaanse Congres is van 40%  in de jaren zeventig gedaald tot 7% in 2014. Het vertrouwen in het Amerikaans Hooggerechtshof was in 2014 gedaald tot 30%. Het geloof in een ‘sterke man’ die zich niet te veel hoeft aan te trekken van het parlement en rechterlijke macht, is de afgelopen jaren sterk gestegen. In Engeland van 25% in 1999 naar 50% in 2017. De VS en andere landen in Europa tonen vergelijkbare scores. Freedom House, een organisatie die het democratisch gehalte van landen meet, ziet – na een decennialange stijging – over  de afgelopen vijftien jaar een structurele afname van het democratisch gehalte van landen (gemeten naar criteria als vrije verkiezingen en vrije pers). Het vertrouwen in de politici zelf is ook niet erg hoog, maar dat is het altijd geweest. Angela Merkel vormt momenteel een uitzondering met een ‘approval rate’ van 60%. Biden zit op 50% en Johnson en Macron zweven ergens rond de 40%.

 

Opkomst populisten

We zien de afgelopen jaren een sterke opkomst van het populisme. De populisten vinden de democratie te traag en een bolwerk waar de elite zich achter verschuilt. Populistische partijen doen daarom bij voorkeur een beroep op de directe democratie (de ‘wil van het volk’) en vinden dat de overheid zich niet moet laten tegenhouden door juridische haarkloverij en door een “vijandige” pers. Zodra populistische partijen een meerderheid verwerven, wordt dan ook vaak begonnen met de afbraak van de rechtsstaat want die belemmert alleen maar de uitvoering van de wil van het volk. Mounk is in 2015 getuige in Dresden van een demonstratie van PEGIDA, waar de leuze wordt gevoerd: “Wir sind das Volk”, dezelfde leuze die de Oost-Duitse betogers in de herfst van 1989 scandeerden voor de val van de Muur. Niet alleen in Duitsland (met de AfD) maar ook in veel andere Europese landen zijn populistische partijen in opkomst en was in Marine Le Pen in Frankrijk dicht bij een overwinning op Macron. Macron en Le Pen staan momenteel in de polls voor de 2022 presidentsverkiezingen weer beiden op 20%.

De politieke normen zijn ook onderhevig aan erosie. De Republikeinse Partij heeft het regeren voor Obama in zijn tweede termijn feitelijk onmogelijk gemaakt door tegen al zijn voorstellen te stemmen. De filibuster procedure waarbij een minderheid in de Senaat door ellenlange speeches de stemming kan ophouden, werd gedurende de periode van president Johnson begin jaren zeventig 16 keer toegepast. Tijdens Obama door de Republikeinen 506 keer. Tijdens de eerste ‘State of The Union’ die Obama uitsprak riep een Republikeinse afgevaardigde: “You lie”, geheel tegen het tot dan toe geldende protocol. Populistische leiders halen ook herhaaldelijk het parlement en de rechterlijke macht onderuit, zoals Wilders met zijn “poppenkast” en “nepparlement”. Ten slotte zijn daar alle fake beschuldigingen, zoals dat Obama geen Amerikaan van geboorte zou zijn, dat de Democraten er een pedofiel netwerk op na zouden houden, en andere vormen van complot denken.

 

Democratie en rechtsstaat

Mounk definieert een liberale democratie als een stelsel met enerzijds ‘democratie’ als besluitvormingsmechanisme waarmee de meerderheid haar wil kan kenbaar maken, anderzijds als ‘rechtstaat’ die de liberale vrijheden, zoals vrijheid van meningsuiting, de rechten van minderheden, en het particuliere eigendom beschermt. Het spreekt niet vanzelf dat beide pijlers altijd met elkaar in evenwicht zijn. Veel zal afhangen van een prudente invulling van het politiek leiderschap dat eerder moet verbinden dan verdelen. In principe is er altijd spanning tussen de democratie en burgerlijke grondrechten. Er kan sprake zijn van een ‘democratie zonder rechten’, maar ook van ‘rechten zonder democratie.

In het eerste geval gaat het om landen met een populistische regering (die via het parlement aan de macht is gekomen), maar die er alles aan doen om de minderheden en oppositie de mond te snoeren, de rechterlijke macht te breidelen, en eigen mensen te benoemen op cruciale posities in het overheidsapparaat en in de media. De zgn. illiberale democratieën. We zien dit in Venezuela, Filippijnen, Turkije, India, en in toenemende mate ook in Polen, Hongarije en Slovakije.

In het tweede geval (landen met een werkende rechtstaat maar weinig democratie) gaat het om landen waar de economie in private handen is en het parlement en de regering weinig over het bedrijfsleven hebben te zeggen. Feitelijk dus alle Westerse landen. In die landen is het financiële en economische beleid voor een groot deel uitbesteed aan een onafhankelijke Centrale Bank en aan een gemeenschappelijke markt (EU). Ook verplichten deze landen zich te houden aan handelsakkoorden, financiële instanties als het IMF en de Wereldbank, en internationale verdragen zoals het klimaatverdrag van Parijs van 2015.

Deze internationale instituties zijn in het leven geroepen om conflicten tussen landen op te lossen en te streven naar een egaal speelveld voor de economie, arbeidsomstandigheden, en voor bescherming van natuur en klimaat. Ze zijn echter verre van democratisch. Het zijn eerder technocratische getinte instellingen bevolkt door een bestuurlijke elite. Hoe sympathiek ook, ze kunnen weinig goeds doen in de ogen van de gewone man, die door de globalisering geconfronteerd wordt met verlies van banen en inkomen, en voor wie huisvesting een steeds groter probleem wordt. Daarnaast zien zij door de immigratie hun directe leefomgeving cultureel en sociaal onder druk staan.

Dus de particuliere rechten (eigendom, vrije pers) zijn volledig gewaarborgd maar de zeggenschap over veel zaken is gedelegeerd aan internationale organisaties. Ook binnen de landen zelf zijn veel bevoegdheden gedelegeerd aan ministeries en agentschappen waar de nodige expertise beschikbaar is om de markten te reguleren, de veiligheid van dijken en bruggen te garanderen, de zorg- en gezondheidszaken te regelen. Wij leven dus eigenlijk in een technocratie en de onderwerpen waar het parlement over mag beslissen zijn zeer beperkt. Dat draagt ook mede bij aan de onvrede bij een deel van de bevolking: de elite regeert en trekt alle winsten naar zich toe, het gewone volk staat buiten spel.

Ook de mate waarin de volksvertegenwoordiging een afspiegeling is van het gewone volk daalt. In de VS moeten alle kandidaten beschikken over flinke sommen geld voor hun verkiezingscampagne, die via fundraising bij elkaar gebracht moeten worden (ca. 1,5 miljoen dollar voor een zetel in het Huis). Dat stelt de nodige eisen aan de eigen financiële draagkracht en maakt de congresleden afhankelijk van donaties van het bedrijfsleven en vermogende burgers. De invloed van pressiegroepen zoals vakbonden en ouderenbonden in de VS is over de afgelopen decennia sterk teruggelopen en de kans dat de kandidaten uit deze maatschappelijke organisaties worden gerekruteerd wordt steeds kleiner. De invloed van de financiële elite neemt daarentegen toe, zoals Trump ook herhaaldelijk benadrukte: “Goldman Sachs has total control ... over Hillary Clinton”, omdat zij eerder een hoge vergoeding had geaccepteerd voor enkele voordrachten. De democratie staat dus voortdurend onder druk en politici moeten een enorm incasseringsvermogen (letterlijk en figuurlijk) hebben.

 

Oorzaken van het populisme

Voor Mounk komt het groeiend wantrouwen tegen de politiek voort uit: de stagnatie in de economische vooruitgang van de middengroepen, de multi-etnische samenleving, en de invloed van de sociale media.

1. Hoewel er geen significant verschil is in het gemiddelde inkomen van een kiezer op traditionele partijen en het inkomen van een stemmer op een populistische partij of kandidaat, zijn de meeste Trump-stemmers wel afkomstig uit gebieden die een economische stagnatie kennen ten gevolge van de globalisering. In de oude industriegebieden zijn veel kiezers die traditioneel op de Democraten stemden overgestapt naar Trump. Volgens Mounk zijn de meeste sociale rechten gekoppeld aan een vast werkverband. Dat ging decennialang goed, maar nu de arbeidsmarkt flexibiliseert verliezen werknemers hun identiteit die zo sterk gekoppeld is aan hun beroep. Het zou beter zijn als de sociale voorzieningen minder gekoppeld zouden zijn aan het al of niet hebben van een vast werkverband.  

2. Multiculturele samenleving. Het verlies van een beroepsidentiteit doet teruggrijpen naar andere identiteiten zoals het behoren tot de traditionele witte bevolking. De weerstand tegen een pluriforme en liberale maatschappij is groot. Enerzijds vanwege de doorbreking van traditionele genderrollen en acceptatie van lhbtiq-voorkeuren, anderzijds door het groeiend aantal immigranten en kinderen geboren uit andere etnische groepen, die de traditionele witte bevolkingsgroepen dreigen te overvleugelen. Het is echter ook duidelijk dat een muur de komst van nieuwe arbeidsimmigranten niet tegen zal houden. Mounk pleit voor meer gelijke kansen in het onderwijs. Het geeft ook hoop dat juist in de meest multiculturele steden zoals aan de Oost- en Westkust de integratie goed verloopt en dat juist in de gebieden die voorheen een vrij uniforme bevolking hadden, de meeste weerstand is ontstaan.

3. Sociale media. Hoewel er voor de komst van het internet al sprake was van een ‘mediacratie’ door de grote invloed van het medium televisie, konden de nieuwsredacties het nieuws nog enigszins selecteren en redigeren en ervoor waken dat er niet te veel onzin werd verspreid. Nu echter is iedereen bij machte via het internet een groot publiek te bereiken en zelf ook weer beïnvloed te worden door de mening van de straat. De helft van het internetverkeer over politieke onderwerpen wordt gegenereerd door ‘bots’, virtuele personen die in grote getalen worden aangemaakt door groepen die de publieke opinie willen beïnvloeden. Het complotdenken neemt een enorme vlucht tegen de achtergrond van een groeiend wantrouwen tegen de overheid en de grote internetbedrijven en hun CEO’s.

 

Wat te doen?

Yascha Mounk adviseert scherp te zijn op de rechten en vrijheden. We moeten niet toestaan dat de rechterlijke macht en de parlementaire democratie worden afgedaan als een “poppenkast” waar je ook een andere mening over kunt hebben, of die te “links” zouden zijn. Referenda zijn gevaarlijk en geven door de versimpelde vraagstelling een misleidende keuze. De publieke media (tv, kranten) zijn belangrijk voor een objectieve berichtgeving en analyse en moeten niet ingaan op de emotionele toon van de twitteraars. Er moet gewerkt worden aan ‘rebuilding trust in politics’, dwz. alle ‘conspiracy’ verhalen en ‘alternative facts’ moeten geweerd uit het publieke domein. Onderwijs moet de juiste burgerzin aankweken. Het moet iedereen duidelijk zijn dat de liberale democratie niet een vanzelfsprekendheid is maar een kwetsbaar instituut.